Home

Achtergrond 152 x bekeken

Delftse doorbraak in productie bio-ethanol

Onderzoekers van de TU Delft hebben een ontdekking gedaan waardoor de productie van bio-ethanol uit landbouwafval aanzienlijk kan worden verbeterd.

Door de samenstelling van het gist te veranderen produceert het plantenmateriaal meer ethanol en minder schadelijk azijnzuur. Bovendien verdwijnt het bijproduct glycerol. Dat maakte de technische universiteit vandaag bekend.

De biologische brandstof bio-ethanol wordt gemaakt van suikers uit plantenmateriaal. Het is een natuurlijk proces waarvoor de gist saccharomyces cerevisiae verantwoordelijk is. Tijdens het vergistingsproces komen ook grote hoeveelheden azijnzuur vrij die de productie van ethanol afremmen. Verder gaat circa 4 procent van de suikers verloren door de vorming van het bijproduct glycerol.

Deze nadelen verdwijnen als in de gist een gen van de E.Coli-bacterie wordt ingebouwd, ontdekten de Delftse wetenschappers. Met dit gen ontstaat een gist die azijnzuur kan omzetten in ethanol. Door deze verandering vervalt ook de productie van het eerder als onvermijdelijk beschouwde bijproduct glycerol.

Bio-ethanol wordt gemaakt uit biomassa, zoals suikerbieten, mais, gerst en tarwe. De ethanol (alcohol) kan worden worden gebruikt als milieuvriendelijke brandstof voor auto's. Er is namelijk geen CO2-uitstoot. De uitdaging is om voor de productie van bio-ethanol geen aanslag te hoeven plegen op de voedselproductie, maar plantenresten te gebruiken als tarwestro of de bladeren van mais. Dit heet ook wel 'tweede generatie bio-ethanol'.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.