Home

Achtergrond 185 x bekeken 1 reactie

Aantallen acties brengt vleessector uit balans

Supermarkten stunten vaak met vlees. Daar is niets mis mee, zolang de prijs na de actie weer op een reëel niveau komt. En dat is vaak niet het geval, zegt Richard van der Kruijk. Het Nederlandse vlees is van hoge kwaliteit. Dat moet ook op waarde geschat worden.

Supermarkten zetten vlees en vleesproducten traditioneel in voor reclameacties in de strijd om de gunst van de consument. Hiervoor zijn verschillende redenen aan te wijzen: het directe effect, de grote volumes, het dagelijkse gebruik, het veelal ontbreken van eigen merken en de grote onderlinge (internationale) uitwisselbaarheid. In de regel profiteren alle betrokkenen van dergelijke acties. De producent behaalt een groot volume, de consument betaalt een lage prijs en de supermarkt trekt extra klanten. Niets mis mee zou je dus zeggen. En dat klopt ook, zolang de acties maar tijdelijk zijn en de prijzen na afloop van de actieperiode weer op een reëel niveau komen. Dit is echter voor vlees vaak niet meer het geval. De supermarkt stunt met geen andere productgroep zoveel als met vlees. Het structureel misbruiken van vlees als een stuntproduct doet afbreuk aan de geboden kwaliteit en aan de inspanningen van de gehele productieketen om tegemoet te komen aan de extra maatschappelijke eisen op het terrein van dierenwelzijn en duurzaamheid. Vlees verliest daarmee ook zijn emotionele waarde. Katten- en hondenvoer in dezelfde supermarkt is dikwijls duurder dan vlees voor de mens!

Bij een gezonde marktwerking spelen naast vraag en aanbod ook andere zaken als schaalgrootte en volume een rol. In de regel leidt een goed en evenwichtig functionerende markt ook tot een reële en eerlijke verdeling van de marge over alle partijen. Het gaat echter mis als het evenwicht binnen de keten weg is en een of meerdere schakels een te dominante positie krijgen. Voor de vleessector geldt dit niet, ondanks dat wij wel, net als de gehele voedingsmiddelenindustrie, voortdurend in ontwikkeling zijn om internationaal concurrerend te zijn en te blijven. We opereren immers vooral in een Europese markt. Zo wordt bijna 40 procent van de varkens en tweederde van het varkensvlees uit Nederland geëxporteerd en van iedere kilo varkensvlees die in Nederland wordt verbruikt is ongeveer 0,4 kilo afkomstig uit het buitenland.

De Nederlandse supermarkten hebben wél een dominante marktpositie. Ruim 90 procent van de huishoudelijke aankopen van vlees wordt immers gedaan bij slechts een beperkt aantal retailers, die elkaar ook nog eens hevig beconcurreren. Het verschil tussen traditionele supermarkten en harddiscounters is afgenomen, met als gevolg een continue druk op prijzen en efficiëntie. Dit heeft gevolgen voor de gehele kolom, van veehouder tot producent. En daar waar op prijs niet verder kan worden bespaard, worden contractvoorwaarden eenzijdig aangepast en meer kosten en risico’s afgewenteld op de leverancier. Hoe kan de vleessector innovatief zijn als supermarkten ons de marge niet gunnen om te kunnen investeren in gezamenlijk succes?

De Nederlandse productiekosten liggen in verhouding met het buitenland relatief hoog, vooral de arbeidskosten, de kosten voor keuring en toezicht en de kosten die voortkomen uit de extra aandacht in Nederland voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Natuurlijk staan daar ook evidente voordelen tegenover waar we trots op kunnen zijn, zoals onze productiviteit, logistiek en efficiënte distributie.
Wij hebben in Nederland een volwaardige vleessector, die als geen ander in staat is om producten te leveren die voldoen aan de hoge eisen van de Nederlandse consument. Maar dit kan alleen als vlees tegen een reële prijs aan de consument wordt aangeboden en afnemers op hun beurt reële prijzen betalen aan hun leveranciers.

Inmiddels krijgen ook de overheid en politiek hier steeds meer oog voor. Deze aandacht is goed, zolang die maar niet leidt tot wettelijke maatregelen. Wij pleiten vooral voor bewustwording bij de consument voor de waarde van vlees en voor duurzame economische relaties tussen alle partners binnen de keten.

Richard van der Kruijk is algemeen secretaris bij Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) en Vereniging Nederlandse Vleeswarenindustrie (VNV)

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    Jan

    Inmiddels krijgen ook de overheid en politiek hier steeds meer oog voor. Deze aandacht is goed, zolang die maar niet leidt tot wettelijke maatregelen. Wij pleiten vooral voor bewustwording bij de consument voor de waarde van vlees en voor duurzame economische relaties tussen alle partners binnen de keten.
    HIER BOVEN:
    het zou zo een leuke spreuk boven de kachel zijn, maar ik denk een utopie.

Of registreer je om te kunnen reageren.