Home

Achtergrond 117 x bekeken 1 reactie

Nobel streven

Dierenartsen willen massaal meewerken aan centrale registratie van het gebruik van diergeneesmiddelen. Dat is postief nieuws.

Het antibioticagebruik in de veehouderij staat onder vuur door de resistentievorming en het gevaar hiervan voor de volksgezondheid. Het antibioticagebruik moet worden teruggedrongen.

Dit is echter lastig, zolang niet duidelijk is hoeveel en waar de antbiotica worden gebruikt. Verkoopcijfers zijn er, maar die zijn te grof om op basis daarvan te zeggen hoeveel antibiotica daadwerkelijk gebruikt wordt. De dierenartsen gaan daar verandering in brengen. Op basis van vrijwilligheid gaan ze centraal registreren welk soort, wanneer voor welk probleem bij welke diersoort wordt gebruikt. Dit systeem wordt gecontroleerd en dierenartsen die onzorgvuldig te werk gaan kunnen, sancties verwachten.

Het streven is nobel en begrijpelijk, zeker nu ook de verkoop van diergeneesmiddelen door dierenartsen ter discussie staat. Maar één onderdeel ontbreekt: de stok achter de deur. Het algemeen belang en de volksgezondheid voelt een dierenarts niet in de portemonnee, terwijl een eventuele sanctie wel direct de dierenarts treft. Het zou de dierenartsen sieren als ze het systeem verplicht stellen. Dat moet bij meer dan 90 procent voorstanders van het systeem geen probleem zijn.

Agrarisch Dagblad

Eén reactie

  • no-profile-image

    Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergene

    Reactie AGD blog “Nobel streven” 5 oktober 2009

    Het nobele streven is zorgvuldig verwoord, maar één nuance is op zijn plaats. De KNMvD kan het systeem van het vastleggen van diergeneesmiddelengebruik niet verplicht stellen. De KNMvD is een vereniging en kan haar leden slechts vragen vrijwillig deel te nemen.

    Het is goed te constateren dat ook veehouders overtuigd raken van de noodzaak zorgvuldiger met antibiotica om te gaan. Veehouders produceren immers voedsel voor mensen. Deskundigen zijn het er over eens dat antibioticumresistentie een reëel risico vormt voor de volksgezondheid. De aanpak van dat risico past binnen IKB systemen en Masterplannen. De dierenartsen zien dat de sector vleeskalveren, varkens, vleespluimvee en melk- / vleesvee voortvarende stappen zetten de diergeneesmiddelenstromen voor eigen gebruik transparant te maken. Daarbij zal inzicht tot veranderingen leiden. Het verplichtende karaker past in de keten. De ketensystemen zijn vrijwillig. Het vangnet voor niet deelnemers ligt bij de overheid.

    Als het gaat om een verplichting voor iedereen dan kan die alleen door de overheid worden opgelegd. Bij de beraadslaging over de Wet Dieren heeft het CDA, met steun van de PvdA en CU, een amendement ingediend om de centrale registratie verplicht te stellen indien de sector er niet in slaagt binnen twee jaar na het inwerking treden van de wet met concrete resultaten te komen met betrekking tot die centrale registratie (amendement artikel 2.21 lid 5). De vraag is of dit de stok is waarop we zitten te wachten. Ook het moment om met dit amendement te komen wekt verbazing. Iets meer vertrouwen in de trajecten die nu lopen was op zijn plaats geweest. De minister heeft al aangegeven dat in haar begroting geen ruimte is voor een door de overheid beheerde centrale registratie. Blijkt het amendement een loze stok? Er bestaat altijd nog de mogelijkheid voor de initiatiefnemers van het amendement om het niet in stemming te brengen of om te vormen in een motie.

    De verantwoordelijkheid om aan een reductie van het antibioticumgebruik, het zorgvuldig en selectief voorschrijven en het correct toepassen van diergeneesmiddelen te werken ligt bij de veehouder en de dierenarts. Dat doel kan alleen worden bereikt als veehouders en dierenartsen eendrachtig optreden en elkaar aanspreken op hun handelen. Elk systeem waarbij veehouders en dierenartsen niet eendrachtig samenwerken voor het zelfde doel is tot mislukken gedoemd. Het nobele streven is dat eigen kracht de beste drijfveer is veranderingen door te voeren!!

    KNMvD Houten 8 oktober 2009

Of registreer je om te kunnen reageren.