Home

Achtergrond 103 x bekeken 3 reacties

Landbouweconomen moeten meer de boer op

Landbouweconomen moeten letterlijk meer de boer op.

Dat heeft Joost Pennings bepleit op een seminar vanmiddag in Wageningen. Wetenschappers in de landbouweconomie hebben veel te weinig contact met boeren. Daarom leren ze te weinig van elkaar. Dat betoog Pennings vanmiddag op een seminar ter gelegenheid van het afscheid van Arie Oskam, een van de top-landbouweconomen van de Wageningen Universiteit.

Pennings, als hoogleraar verbonden aan de universiteiten van Maastricht, Wageningen en Illinois (VS) raadt boeren aan zich intensiever bezig te houden met het zelf vermarkten van hun producten. Daarvoor zijn termijnmarkten een goed middel. Belangrijk is wel dat boeren zelf het heft in handen houden. De landbouweconomische wetenschap kan hen helpen, maar dan moeten die wetenschappers zich wel kunnen inleven in de positie van de boer. Daar schort het aan.

Toen Pennings aan een bijna volle aula van de Wageningse universiteit vroeg hoeveel landbouweconomen in contact stonden met praktische boeren gingen er twee vingers omhoog.

Administrator

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Melkveehouder Wim.

    "Citaat uit het artikel: "Toen Pennings aan een bijna volle aula van de Wageningse universiteit vroeg hoeveel landbouweconomen in contact stonden met praktische boeren gingen er twee vingers omhoog''.
    Eén econoom heeft contact met een practiserend boer en de ander moest plassen.

  • no-profile-image

    gert

    Ze leven in een ivoren toren,ver van de realiteit,zonder Feedback,met een salaris boven de Balkenendenorm

  • no-profile-image

    melkveehouder

    Hetgeen Joost naar voren heeft gebracht is verfrissend en zijn opmerking is veel belangrijker dan menigeen denkt. Het is in zijn algemeenheid zo dat de wetenschappers veel weten over weinig. En daar zit ook het verschil met de landbouw. Zij weten ten opzichte van wetenschappers weinig van een onderdeel, maar wel veel meer in zijn algemeenheid. Boeren hebben van nature (en dat is wetenschappelijk onderzocht) een hoog intuïtief vermogen door hun opgedane praktijkervaring. Vaak weten ze niet precies hóe iets werkt, maar wel geconstateerd dát het werkt. Een wetenschapper werkt precies andersom. Hij weet niet of iets werkt en gaat beredeneren of iets kan werken. Maar het allergrootste verschil is dat boeren vraagstukken integraal benaderen en wetenschappers zich toespitsen op een onderdeel van het vraagstuk. Veel wetenschappers wanen zich in een ivoren toren en hierdoor onstaat tunnelvisie wat wrevel oproept bij praktiserend ondernemers welke als gevolg van wetenschappelijke rapporen overladen worden met (wijzigingen in) beleid en regelgeving.

Of registreer je om te kunnen reageren.