Home

Achtergrond 339 x bekeken

Laag BTW-tarief voor trainingsstal

Paarden en BTW blijven de fiscale rechter bezig houden. De rechter in Arnhem oordeelt dat een ondernemer die een trainingsstal exploiteert alleen het lage (6%) BTW-tarief in rekening hoeft te brengen. Er is sprake van 1 hoofddienst, de training van een paard waarin de stalling en verzorging in opgaan.

Dit geldt niet voor een manegehouder. De Hoge Raad heeft immers op 9 oktober beslist dat een manegehouder 3 BTW-tarieven in rekening moet brengen. Dit verschil in behandeling vloeit voort uit het feit dat de rechter voor een manegehouder drie verschillende diensten constateert (sportbeoefening 6%, voeren en verzorgen 19% en de verhuur van boxen die is vrijgesteld).

Kort samengevat is de uitspraak van de rechter in Arnhem de volgende:

Belanghebbende exploiteert een trainingsstal voor paarden en is ondernemer voor de omzetbelasting. Mensen die hun paard in training geven bij belanghebbende krijgen voor de periode van de training steeds ook stalling voor hun paard op het bedrijf van belanghebbende. Gedurende de trainingsperiode van het paard wordt het paard ook door belanghebbende verzorgd.In geschil is of de training van de paarden met de daarbij behorende stalling en verzorging moet worden aangemerkt als één dienst, waarop het lage omzetbelastingtarief van 6% moet worden toegepast.

Rechtbank Arnhem oordeelt dat in dit geval de training van het paard het kenmerkende element is van de prestatie die wordt afgenomen. De stalling en verzorging van paarden maakt onderdeel uit van de paardentraining. Volgens de rechtbank is sprake van één hoofddienst, die bestaat uit verschillende elementen. Voor zover de stalling en verzorging al zouden moeten aangemerkt als aparte diensten, dan zijn dat bijkomende diensten die het fiscale lot van de hoofddienst volgen. Volgens de rechtbank is de stalling en verzorging van de paarden geen doel op zich, maar een middel om de hoofddienst van belanghebbende, het trainen van paarden, zo aantrekkelijk mogelijk te maken.Het beroep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Meer informatie: Rechtbank Arnhem 6 augustus 2009, nummer 08/04640, LJN BJ6943Hoge Raad 9 oktober 2009, nummer 08/01794

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.