Home

Achtergrond 128 x bekeken 4 reacties

Ingepaste melkveehouderij

Melkveehouderij in Nederland blijft ingepast in landschap en samenleving.

Toen melkveehouder Tonnie Theunissen in 1968 naar een ruilverkavelingsboerderij verhuisde, had hij met zijn 18 koeien een bovengemiddeld bedrijf. Op het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf, zo’n 150.000, liepen 15 koeien. In Noord-Brabant zelfs minder dan tien. Drie jaar later ging Theunissen naar 40 koeien, wat door de omgeving gezien werd als een risicovolle verdubbeling.

Ondertussen zit zoon Pieter op het bedrijf, nu met 170 koeien plus jongvee. Vorig jaar kwam er een biogasinstallatie bij. De koeien geven ruim twee keer zo veel melk als begin jaren 70. Theunissen koopt melkquotum om de stal te kunnen volzetten. Tevens broedt hij op uitbreidingsplannen voor zijn melkvee- en energietak.

Het bedrijf van de Theunissens vertelt het verhaal van de Nederlandse melkveehouderij: groei. Wat vandaag groot lijkt, is morgen normaal.
Het blijft echter voor het gevoel allemaal nog erg Hollands, dus zonder echte extremen. Geen bedrijven, zoals in delen van de Verenigde Staten, met duizenden of soms tienduizenden koeien met gecoupeerde staarten onder reusachtige overkappingen. En jongvee dat wordt opgefokt zoals in Nederland fokzeugen worden opgefokt. (Vergeet ook het onthoornen niet, heel ingrijpend en je hoort er bijna niemand meer over.)

Grote vraag is natuurlijk wat de komende 40 jaar gaat brengen. Hoe laat de komende generatie melkveehouders de sector straks achter? Het antwoord laat zich in grote lijnen voorspellen.
Schaalvergroting gaat door, maar dat de Noordwest-Europese boeren hun Texaanse collega’s achterna gaan, is onwaarschijnlijk. Studies naar en visies op de toekomst geven eerder een beeld van koevriendelijke, vergaand geautomatiseerde en in een verstedelijkte omgeving ingepaste landschappelijke melkveehouderij, dan van een geconcentreerde waarin het doel (melkproductie) alle middelen heiligt.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Monique Vos

    Gelukkig is er in Noordwest-Europa geen plaats voor een zodanige schaalvergroting als bijv. in Noord-Amerika of in Nieuw-Zeeland. Nu ziet men al dat boeren veranderen in managers en zo de band met hun vee, zoals die hun vaders hadden, verliezen. Stilstand is achteruitgang, dat klopt, maar als je als boer/manager door een te snelle schaalvergroting dreigt het overzicht over je bedrijf/bedrijven te verliezen is desastreus. Vooral in deze moeilijke tijd vallen dit soort boeren door de mand. Neem nu bijvoorbeeld Crafar Farms (Nieuw Zeeland). Een artikel waarin beschreven word wat inspecteuren van het MAF (animal welfare) daar aantreffen eindigt met de woorden: "The problems on Crafar Farms aren’t because of the size of the operation by itself. It’s because the business grew too fast without goo systems and processes. But, as I’ve said in previous posts on this issue, the best systems and processes are only as good as the staff who implement them and you get good and bad staff on farms of any size". (zie http://bit.ly/hFQVB ) Laten we dat niet uit het oog verliezen!

  • no-profile-image

    Piet Slingerland.

    Zo is het Monique,uit Duitsland.Sommige Melkveehouders vergeten wel eens dat Koeien ook levende wezens zijn,met een hart en gevoelens!. Het zou niet erg zijn als wij onze Veestapel 10% zouden inkrimpen. Minder kan wel eens meer zijn. Meer Ruimte,meer Rust en meer Gezondheid!!!. Voor mens en dier!!!...

  • no-profile-image

    boerin

    Wat vandaag groot lijkt, is morgen normaal. Wanneer is een melkveebedrijf te groot? Zolang dierenwelzijn, het milieu, de samenleving en het welzijn van je gezin niet in gevaar komt, is een bedrijf naar mijn mening niet te groot.
    Zoals Monique al aangeeft: de problemen op het NZ-bedrijf hadden niets te maken met de grootte van dit bedrijf, maar het management faalde. We zien dit echter gebeuren op allerlei bedrijven, groot of klein.
    Grote bedrijven hebben bewezen heel goed te opereren, waar dierwelzijn etc. niets onder doet ten opzichte van kleinere bedrijven. Er is 24 uur per dag iemand aanwezig, zodat geen enkel koe-ongeluk, zware of premature bevalling, kalfziekte langer dan enkele minuten onopgemerkt blijft. Elk nieuw geboren kalf krijgt binnen een uur biest.
    De passie voor de melkkoe is zeer zeker aanwezig, ook op grote bedrijven. Is dit niet aanwezig dan is het melkveebedrijf gedoemd te mislukken, groot of klein.
    Wat vandaag groot lijkt, is morgen normaal.

  • no-profile-image

    Arend Otten

    www.milkmarketingplan.com de oplossing voor schaalvergrotingsproblemen

Of registreer je om te kunnen reageren.