Home

Achtergrond 2260 x bekeken

Drie BTW-tarieven voor manegehouder

Een manegehouder verricht drie “soorten” prestaties voor wat de omzetbelasting betreft.

Het zijn aan de ene kant vrijgestelde prestaties en aan de andere kant prestaties die belast zijn met het hoge (19%) tarief of het lage (6%) tarief. Dit is de uitkomst van een recente uitspraak van de Hoge Raad.

Kort samengevat is de uitspraak van de Hoge Raad de volgende: belanghebbende exploiteert een ruitersportcentrum. Bij de manege behoort een rijhal en een buitenbak. In beide accommodaties wordt les gegeven, maar er wordt ook gebruik van gemaakt zonder instructie. Niet-pensionklanten kunnen tegen betaling ook gebruikmaken van de accommodaties. Het merendeel van de pensionklanten houdt zich bezig met de beoefening van de recreatieve ruitersport.

Rechtbank Breda heeft in haar uitspraak de prestaties onderscheiden in:

1. sportbeoefening, onderworpen aan het verlaagde tarief;

2. voeren en verzorgen, algemene tarief;

3. verhuur van boxen, vrijgesteld.

Belanghebbende bepleit toepassing van het verlaagde tarief omdat, zo stelt hij, alles opgaat in het gelegenheid geven tot sportbeoefening.

In tweede instantie is Hof Den Bosch aan zet. Het hof heeft eerst de vraag beantwoord of de prestatie van belanghebbende gesplitst kan worden zonder dat er sprake is van kunstmatigheid. Nadat het hof deze vraag bevestigend heeft beantwoord, oordeelt het hof dat de gelegenheid tot sportbeoefening niet zodanig overheerst dat de overige diensten als bijkomend moeten worden gezien. Het hof heeft zich wat de verdeling tussen de verschillende prestaties betreft, aangesloten bij de rechtbank.

Tenslotte bevestigd de Hoge Raad het vonnis van zowel de rechtbank als het hof. Het ingestelde cassatieberoep wordt ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Meer informatie: Hoge Raad 9 oktober 2009, nummer 08/01794

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.