Home

Achtergrond 126 x bekeken

Bedrijfsoverdracht: haast kan verstandig zijn

Wie nog in alle vrijheid zijn bedrijf wil overdoen aan de bedrijfsopvolger, en deze bedrijfsopvolger daarbij niet de hoofdprijs (vrije waarde) wil laten betalen moet opschieten.

Vanaf 1 januari 2010 zal een tweetal arresten van de Hoge Raad door middel van een wetswijziging worden gerepareerd.

Direct en op dezelfde dag dat de Hoge Raad zijn twee spectaculaire arresten op het gebied van bedrijfsopvolging had gewezen werd daar in Agrocount al aandacht aan besteed (Doorbraakarrest van de Hoge Raad, gepubliceerd op 20 maart 2009). Deze twee arresten bieden aan agrariërs de keuze om in geval van bedrijfsopvolging gebruik te maken van de wettelijke fiscale faciliteit (met alle daarbij behorende voorwaarden en beperkingen) of om een beroep te doen op deze twee doorbraakarresten. Deze keuze betekent iets meer onzekerheid, maar ook veel meer vrijheid. In de nu bij de Tweede Kamer in behandeling zijnde nieuwe Successiewet wordt deze keuze echter teruggedraaid. Waar gaat het om en wat kunt u nog doen?

Als een boer of tuinder zijn bedrijf overdraagt binnen de familie gebeurt dat vaak voor een lager bedrag dan men had kunnen krijgen als het bedrijf op de vrije markt was verkocht. De Belastingdienst zag in het verschil tussen de overdrachtsprijs en de vrije waarde een schenking van de ondernemer aan de bedrijfsopvolger. Omdat die schenking een hinderpaal zou kunnen vormen voor de overname van een onderneming door de volgende generatie is in de Successiewet de zogeheten 'bedrijfsopvolgingsfaciliteit' opgenomen. Deze faciliteit verleent onder voorwaarden kwijtschelding (geheel of gedeeltelijk) van het recht van schenking of het recht van successie in de situatie dat iemand (vaak één of meer van de kinderen, maar noodzakelijk is dat niet) de onderneming goedkoop overneemt of erft. De belangrijkste van de door de wetgever gestelde voorwaarden is dat de overnemer de onderneming na de overname nog gedurende tenminste vijf jaren voortzet.

Begin 2009 besliste de Hoge Raad in een tweetal doorbraakarresten echter dat als de bedrijfsopvolger de onderneming goedkoop mag overnemen omdat voor de overdrager de continuïteit van die onderneming voorop staat dit geen schenking is. Dit betekent dat men in veel gevallen niet meer is aangewezen op de hiervoor genoemde bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet. Hiermee is men verlost van een heleboel voorwaarden, zoals het voortzettingsvereiste.

De regering heeft echter onlangs bij de Tweede Kamer een voorstel ingediend (Eerste Nota van wijziging op het wetsvoorstel Successiewet (Kamerstukken II, 2008/09, 31930 nr. 10) waarmee heel nadrukkelijk wordt bedoeld de twee doorbraakarresten van de Hoge Raad te repareren. In de geschetste situatie (overname tegen een lage prijs met het oog op de belangen van de onderneming) wordt voor fiscale doeleinden toch – bij wijze van fictie – een schenking aangenomen. Let wel: in de verhouding tot de niet-voortzettende andere kinderen is nog steeds geen sprake van een schenking, zodat u daar niet bang hoeft te zijn voor problemen. Met deze reparatie wordt de overnemer weer in het keurslijf van de wettelijke bedrijfsopvolgingsfaciliteit gedwongen. Het lijkt erop dat de wetgever het belangrijk vindt om voorwaarden te kunnen blijven stellen (met name voor wat betreft de verplichting tot voortzetting). De redenen daarvoor zijn uiterst zwak. Zo wordt gesteld dat het lastig zal zijn om te bepalen wat voor een agrarische onderneming de prijs is waarbij nog sprake is van een nog juist lonende exploitatie. Verder vindt men het ongewenst dat er een verschil in fiscale behandeling bestaat van het recht van schenking (beroep op doorbraakarresten mogelijk) en erven (beroep niet mogelijk). Wat er van deze argumenten ook waar is, feit is wel dat er een grote kans is dat dit voorstel door de Kamer wordt aangenomen en dat het per 2010 in werking zal treden.

Kortom: wie (met name als opvolger) hecht aan zijn fiscale vrijheid doet er goed aan om ten minste te overwegen een geplande bedrijfsovername nog in 2009 te laten plaatsvinden. Dan is een beroep op de doorbraakarresten nog mogelijk. Dat wil niet zeggen dat zo’n beroep in alle gevallen verstandig of voordelig is: met name degenen voor wie het minstens vijf jaar verplichte doorboeren geen problemen oplevert zullen met de wettelijke regeling goed uit de voeten kunnen. Maar wie zoals gezegd hecht aan zijn fiscale vrijheid moet opschieten. U heeft nog iets meer dan tweeëneenhalve maand!

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.