Home

Achtergrond 389 x bekeken

Onttrekking 'bouwkop' valt buiten bereik landbouwvrijstelling

De onttrekking van een ‘bouwkop’ voor de bouw van een bedrijfswoning valt buiten het bereik van de landbouwvrijstelling. Dit is de kern van een recente uitspraak van de Hoge Raad. Niet de potentiële maar de feitelijke aanwending van de 'bouwkop' is doorslaggevend. De Hoge Raad heeft de zaak - voor de tweede keer - doorverwezen naar het gerechtshof om een definitieve beslissing te nemen.

Kort samengevat is de aan de Hoge Raad voorgelegde zaak de volgende:

Een agrarisch ondernemer heeft in 1982 een perceel grond gekocht waarop hij sindsdien een boomkwekerij exploiteert. Dit perceel grond wordt terecht in zijn geheel tot het ondernemingsvermogen gerekend.De prijs voor het als 'bouwkop' aangeduide deel van het perceel was hoger dan de prijs voor de overige cultuurgrond. In 1998 is de 'bouwkop' door belanghebbende overgebracht naar het privévermogen in verband met de bouw van een woning. In geschil is of sprake is van belaste bestemmingswijzigingswinst.

De Hoge Raad heeft in zijn eerste arrest in deze zaak van 29 april 2005, nr. 40.426, overwogen dat indien op landbouwgrond een woning wordt gebouwd, het perceel door de bouw wordt onttrokken aan het gebruik ten behoeve van de landbouw in eigenlijke zin. Dit betekent dat het perceel voortaan niet meer in het kader van de uitoefening van het landbouwbedrijf wordt aangewend. Hof Amsterdam heeft na de verwijzing in de uitspraak nr. 05/00964 van 9 januari 2006, MK II vervolgens geoordeeld dat sprake is van een bestemmingswijziging, maar dat de waardestijging van de 'bouwkop' geen verband houdt met die bestemmingswijziging, zodat de waardestijging niet tot de winst behoort.
In deze tweede cassatieronde casseert de Hoge Raad opnieuw. De onderhavige winst valt namelijk niet onder de landbouwvrijstelling. Niet de potentiële maar de feitelijke aanwending van de 'bouwkop' in de jaren vanaf 1982 is doorslaggevend, aldus de Hoge Raad. De potentiële aanwending van de 'bouwkop' is overigens wel een factor die van invloed is op de omvang van de winst. De winst moet worden genomen in het jaar van realisatie dan wel in het jaar van onttrekking. De Hoge Raad vernietigd de uitspraak van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak vervolgens door naar het gerechtshof te Arnhem om opnieuw een uitspraak te doen met inachtneming van de aanwijzingen van de Hoge Raad.

Meer informatie:
HR 16 januari 2009, 43.048
HR 29 april 2005, nr. 40.426Hof Amsterdam 9 januari 2006, nr. 05/00964
Conclusie A-G bij HR nr. 43.048

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.