Home

Achtergrond 134 x bekeken

IPPC treft vooral kleine bedrijven met pluimvee

Vooral kleinere pluimveebedrijven krijgen te maken met de IPPC-richtlijn.

Voor de varkenshouderij zijn de voorwaarden voor wat betreft bedrijfsgrootte niet aangescherpt. Dat zegt voorzitter Annechien ten Have van de LTO-vakgroep Varkenshouderij in een reactie op de voorstellen voor aanpassing van de IPPC-richtlijn.

In de voorstellen is sprake van 30.000 leghennen en 11.500 kalkoenen. LTO pleit volgens Ten Have dan ook om de grenzen voor de huidige dieraantallen te handhaven. Dat zou betekenen dat de richtlijn gaat gelden van af 85.000 vleeskuikens, 60.000 leghennen, 3.000 vleesvarkens of 900 zeugen.

De varkenshouderij krijgt veel meer problemen met het voorstel om bestaande bedrijven te verplichten binnen vier jaar de bestaande installaties te vervangen voor andere technieken. "Dat is veel te kort en leidt dan ook tot zeer hoge kosten voor de sector", aldus Ten Have.

LTO pleit bij de Europese Comissie voor een normale economische afschrijving en wil de regelgeving op dit punt bij de nationale overheden leggen. LTO vreest verder dat doorvoering van de IPPC-voorstellen leidt tot een verzwaring van de administratieve lastendruk. Met name de verplichting dat de bedrijven een rapport moeten maken over de bodemgesteldheid en de kwaliteit van het grondwater onder hun bedrijven bij de aanvraag van een nieuwe vergunning, vindt LTO overbodig.

Of registreer je om te kunnen reageren.