Home

Achtergrond 133 x bekeken 1 reactie

Graanprijzen gaan steeds vaker pieken, maar niet elk jaar

Het lijkt alsof er overal crisis is. De vraag doet zich voor of dat ook zo is in de akkerbouw, zegt Jaap Haanstra, voorzitter LTO-vakgroep Akkerbouw. "Ervaren we alleen maar een zeer matig jaar of staat de sector er slechter voor dan in de tijd van de grote akkerbouwacties in 1989 en 1990?"

De jaren 1989 en 1990 waren geen slechte akkerbouwjaren. Sterker nog, een aantal producten leverde een aardige verdienste op. De acties in die tijd waren gericht op dalende graanprijzen van 25 naar 20 cent en de EU stelde verdere prijsdalingen in het verschiet als er te veel geproduceerd zou worden. Akkerbouwers voorzagen grote gevolgen: een direct inkomenseffect, maar ook indirect door de spilfunctie en verdringing door vrije producten. Helaas kregen we maar al te zeer gelijk, toen nog niet wetende dat de prijs zelfs zou dalen tot 10 cent plus enkele centen prijsdalingcompensatie. Toch blijft – gezien het areaal in de wereld – het graan de moeder van de akkerbouw.

In 2007 werd dat voor het eerst in jaren weer zichtbaar toen de prijs flink steeg. De media spraken zelfs van historische prijzen, maar er was zeker geen sprake van historisch hoge prijzen en evenmin van een voedselcrisis. Vanaf begin 2008 is de graanprijs weer sterk gedaald. Ik denk dat die daling tijdelijk is. Mondiaal zien we een sterke economische ontwikkeling in het verre oosten. Wellicht door crises wat afgevlakt, maar toch zal daar groei plaatsvinden. Die gaat gepaard met meer vleesconsumptie en vraag naar granen. Bovendien groeit de wereldbevolking met zo’n 80 miljoen mensen per jaar. In zes jaar een complete EU-bevolking erbij en een jaarlijkse graanconsumptie van ongeveer 270 miljoen ton!

De graanbalans van 2008/2009 laat een enorme productiegroei zien. Logisch, er werd een hoge prijs verwacht. Ook de EU stelde de braakverplichting op nul en telers investeerden om een maximale productie te realiseren. Wereldwijd werd circa 2.200 miljoen ton geoogst en gebruikten we circa 2.175 miljoen ton.

Het graangebruik steeg de afgelopen jaren met 50 miljoen ton per jaar en als er komend jaar geen productiegroei van 25 á 30 miljoen ton plaatsvindt, zal de prijs weer stijgen. Echter, de productieprognose voor dit jaar is dat er wereldwijd 1,5 procent minder wordt ingezaaid. Bovendien zijn er al regio’s waar men kampt met droogte. Het lijkt erop dat de noodzakelijke productiegroei niet gehaald wordt.
Ik verwacht dat graanprijzen steeds vaker pieken, maar zeker niet elk jaar. Het grootste gevaar voor een hoge graanprijs is namelijk de prijs zelf: die nodigt uit tot productiegroei.

De verwachting is dat graanprijzen gemiddeld hoger zijn en dat beïnvloedt alle producten. Vorig jaar zagen we dat de fabrieken betere prijzen moesten gaan betalen voor de industriegroenten. De relatie met graanzetmeel zorgt dat aardappelzetmeeltelers in een vergelijkbare situatie komen. Dat biedt kansen voor de telers en industrie. Wel is van belang dat de EU-landbouwgelden voorlopig beschikbaar blijven om die slag definitief te maken. Een goede zetmeelteelt met voldoende verdiencapaciteit is van belang voor de hele akkerbouw.

Voor vrije producten verwacht ik weinig veranderingen. De structuur en afzet in de pootaardappelsector zijn goed. In combinatie met een uitgebreid rassenpakket blijft dit een sterke troef. Meer zorgen heb ik over de fritesaardappelteelt. De productiecapaciteit is zo groot dat fritesproducenten elkaar zwaar beconcurreren. Supermarktketens benutten die situatie maximaal. Het valt te raden dat de teelt een groot deel daarvan betaalt en dat vraagt om een reactie van telers.

In het licht van betere verwachtingen op graanmarkten, heeft de suikersector ook betere perspectieven. Tevens zijn de olieprijs en Braziliaanse besluiten over ethanolgebruik belangrijke indicatoren voor die sector. Kansen genoeg, maar ook aandachtspunten voor stijgende kosten. Er zal positieverbetering voor de akkerbouw plaatsvinden als ondernemen verder gaat dan onze hekpalen. Gezamenlijk optrekken in de afzet versterkt ook de positie van telers. Voor de sector en zijn landbouworganisatie ligt daar een schone taak. In opperste euforie denk ik wel eens: waarom hebben we zelf geen supermarkten?

Staan we er slechter voor dan twintig jaar geleden ten tijde van de akkerbouwacties? Ik vind dat we er beter voor staan. De oplossingen komen uit de markt en twintig jaar geleden vroegen we om politieke acties. Ik geef de voorkeur aan oplossingen uit de markt.

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    goede boer

    Het is volgens mij veel te kort door de bocht om de graanprijs, en daarmee verbonden inkomen voor de Nederlandse akkerbouwers, alleen afhankelijk te laten zijn van vraag en aanbod op de wereldmarkt van graan. De laatste decennia is de graanproductie gestaag gegroeid met een zelfde percentage als de groei van de wereldbevolking. Per saldo is dan de vraag toegenomen wat echter niet in een hogere graanprijs tot uiting is gekomen. Simpel omdat de productie gelijke tred hield met de vraag. Het moge wel duidelijk zijn dat vraag en aanbod op de graanmarkt bepalen wat de akkerbouwer voor een kilo graan ontvangt. Maar daana is het de politiek die gaat bepalen hoe hoog de kostprijs wordt die voor een kilo graan betaald moet worden, waar ook ter wereld. Waardoor het uiteindelijk toch de politiek is die bepaald hoeveel geld de akkerbouwer aan de graanteelt voor het gezinsinkomen mag overhouden. Bijvoorbeeld: Al zou volgens huidige maatstaven de wereldmarktprijs voor graan € 1,- per kilo zijn. Dan zou de politiek er snel voor zorgen dat de kostprijs dan ook om en nabij de € 1- per kilo komt te liggen. De economie vereist dat nu eenmaal en als volgt uitgelegd. Wanneer je handel in graan strikt economisch zou bekijken. Dan ontstaat er bij een opbrengstprijs van graan, die (veel) hoger is dan de kostprijs, een geldstroom van stedelijk gebied naar platteland. Met als gevolg boeren rijker, stedeling armer. Is de opbrengstprijs van graan echter lager dan kostprijs, dan werkt de geldstroom andersom. Boeren armer en stedeling rijker. Politiek bepaald dit soort economie. En de recent ingevoerde Wionregeling toont dat aan. Met de invoering van de Wionregeling is er met de kosten die er mee gemoeid zijn, tegelijkertijd een geldstroom(pje) ingesteld van platteland richting stedelijk gebied. We zullen er daarom toch allemaal een beetje voor moeten zorgen dat de geldstromen die tussen platteland en stedelijk gebied heen en weer gaan. Wél een beetje in evenwicht blijven. Ook bij de teelt van graan. Daarom is het kijken naar alleen de graanmarkt wat kort door de bocht en een keuze van de weg van de minste weerstand. De politiek zal, hoe dan ook, zijn steentje aan de graanmarkt moeten bijdragen om opbrengst en kostprijs op elkaar af te stemmen en op die manier de teelt van graan rendabel te houden. En LTO mag de politiek daar wel wat meer op wijzen. Aangaande het geschreven artikel lijkt het manco van LTO sector Akkerbouw dat er te veel naar de graanmarkt wordt gekeken. En te weinig of geheel niet naar de geldstromen die met de graanmarkt gepaard gaan.

Of registreer je om te kunnen reageren.