Home

Achtergrond 289 x bekeken

Geen nieuwe topper in lijst zetmeelrassen

Geen enkel ras kan tippen aan Seresta. In de nieuwe lichting aardappelzetmeelrassen zit nog geen grote concurrent.

Dit blijkt uit onderzoek van PPO in Valthermond. Onderzoeker Klaas Wijnholds vertelt over de nieuwe zetmeelaardappelrassenlijst op informatie-avonden, georganiseerd door de Verenigingen Voor Bedrijfsvoorlichting. Gisteravond werd in Noordsleen de eerste bijeenkomst van 2009 gehouden.

Behalve de kwaliteit van de nieuwe rassen speelt ook de beschikbaarheid van pootgoed een rol. Door de slechte, droge start van het afgelopen groeiseizoen en het hoge aantal afkeuringen in de pootaardappelteelt is het aanbod beperkt.

"Essentieel bij de rassenkeuze is dat je zelf bepaalt welke eigenschappen je op jouw bedrijf nodig hebt", legt Wijnholds uit. "Schurft komt op dalgrond bijvoorbeeld veel meer voor dan op zandgronden. Daarmee houdt je rekening in je rassenkeuze. Dat geldt ook voor resistenties tegen aardappelmoeheid, phytophthora en wratziekte."

Een hoog onderwatergewicht is steeds belangrijker, ook met het oog op de eiwitwinning van de Avebe-dochter Solanic. Rassenkeuze is lange termijnwerk, benadrukt Wijnholds. Als een teler pootgoed bestelt, moet hij dit eerst een of twee keer vermeerderen voor eigen gebruik. Pas dan worden de aardappelen geleverd aan de fabriek. "Concurrerende nieuwe rassen en hun beschikbaarheid zijn dus wel degelijk interessant."

In april komt het poten op gang. Voor die poters heeft de teler al in 2006 gekozen. "Binnenkort moeten de rassen al worden besteld die in 2011 aan de fabriek worden geleverd", illustreert Wijnholds. Seresta, met een marktaandeel van ongeveer 50 procent, doet het waarschijnlijk weer goed op de bestellijsten. Zeker omdat het zowel vroeg als laat een goed presterend ras is.

Of registreer je om te kunnen reageren.