Home

Achtergrond 109 x bekeken

Fokkerij heeft nieuwe criteria voor robuustheid nodig

De criteria voor robuustheid moeten worden vernieuwd. Die tendens is internationaal waarneembaar. De fokkerij moet daar vervolgens mee aan de slag gaan. Dat zegt Roel Veerkamp van de Animal Sciences Group.

Het begrip robuustheid is in de fokkerij aan allerlei commerciële invloeden onderhevig. Daardoor worden veehouders in verwarring gebracht, omdat ze door de bomen het bos niet meer zien. Zij verliezen dan vaak de interesse in de fokkerij. Dat is jammer, omdat dan het risico bestaat dat ze kansen laten liggen, die elders in de wereld wel worden opgepakt en die de economische ontwikkeling van de melkveehouderij ten goede komen. Daarom is het nodig dat nieuwe, objectieve maatstaven worden ontwikkeld.

De Animal Sciences Group in Lelystad probeert die maatstaven samen met collega-organisaties in onder meer Ierland, Schotland, België en Zweden te ontwikkelen. Dat is een tijdrovend en kostbaar traject. In eerste instantie is vier jaar voor het onderzoek uitgetrokken.
Bij het definiëren van het begrip robuustheid hebben we niet gekeken naar wat men daar in de veehouderij onder verstaat, maar hebben we ons ook georiënteerd op andere sectoren van de economie, zoals de auto- en de computerindustrie. Daar betekent robuustheid vooral het vrij zijn van storingen. Daarbij komt het niet alleen aan op bepaalde aspecten van een product. Het gaat erom dat het geheel goed is en kort gezegd 'het altijd doet'.

Zo zouden we robuustheid ook moeten verstaan bij dieren. Robuuste koeien moeten - binnen maatschappelijk aanvaarde en economisch verantwoorde grenzen - vrij zijn van grote 'storingen'. Dit betekent dat de dieren gemakkelijk moeten afkalven en bestand moeten zijn tegen klauw- en pootproblemen, dat ze een goede uiergezondheid hebben en gewoon lang meegaan.

De noodzaak hiervan wordt ingegeven door het feit dat melkveebedrijven steeds groter worden en veehouders individuele dieren steeds minder goed in de gaten kunnen houden. Op veel bedrijven wordt ook meer en meer gewerkt met externe arbeid. Hierdoor is in de fokkerij behoefte aan heel andere dieren dan een jaar of tien geleden. Toen werd nog gesproken over koeien die topsporters waren en die veel zorgzame aandacht van de melkveehouder nodig hadden. Die hoeveelheid aandacht kan niet meer worden gegeven. Daar hebben we de tijd en het geld niet meer voor.

Dit alles betekent niet dat we weer terug moeten naar een situatie zoals dieren in het wild leefden, maar we moeten onze Holsteins aanpassen aan het bedrijf van de toekomst. Dat betekent dat we de dieren nog steeds goed moeten voeren voor een hoge melkproductie. Maar dat is niet meer het enigste doel. Het moet een duurzame en hoge productie zijn, door sterke koeien. In de fokkerij weten de meesten wel dat dit het doel is, maar over de weg daar naartoe bestaat veel verschil van inzicht. Daarbij wordt de blik vertroebeld door allerlei commerciële belangen. Iedere fokkerij-organisatie probeert zijn eigen niche te vinden. Daarbij zijn er al veel fokwaarden beschikbaar die helpen de robuustheid van dieren te vergroten.

Je ziet ook dat boeren elkaar de loef proberen af te steken met al die fokwaarden. Toch is er nog geen maatstaf tot stand gekomen om een mate van gevoeligheid voor storingen mee aan te geven. Die moeten we dus zien te ontwikkelen, op basis van objectieve gegevens.
In de ontwikkeling van goede criteria voor het vaststellen van de storingsvrijheid van koeien zie ik een grote kans, die de veehouderij in economisch opzicht veel kan brengen. Zelfredzaamheid wordt door de verdere ontwikkeling van de sector, met name richting schaalvergroting, steeds belangrijker. Je ziet dat ook in andere sectoren en ook niet alleen in Nederland.

Er is een internationale tendens waarneembaar om nieuwe, duidelijke criteria te ontwikkelen voor robuustheid en daar in de fokkerij mee aan de slag te gaan. Dat sluit ook aan bij de maatschappelijke roep om meer dierenwelzijn en/of minder dierenleed.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.