Home

Achtergrond 326 x bekeken

Verplaatsing bedrijfswoning levert belastingclaim op

Aan de ondergrond van een bedrijfswoning wordt meer waarde toegekend dan aan de overige grond in een agrarisch bouwblok. Met dit gegeven moet goed rekening gehouden worden als men een oude bedrijfswoning sloopt en er een nieuwe woning op een andere plek binnen het bouwblok terugkomt. De ondergrond van de oude bedrijfswoning daalt immers in waarde, terwijl de ondergrond van de nieuwe bedrijfswoning in waarde stijgt. Deze waardeveranderingen bedragen al snel enkele tienduizenden euro’s.
Dit is het derde artikel in de serie over de ondergrond van de bedrijfswoning.

Als de ondergrond van de te slopen oude bedrijfswoning tot het privévermogen behoort, voltrekt de waardedaling van deze privé-ondergrond zich in privé. Geen aftrek van het inkomen dus. Als vervolgens de ondergrond van de nieuw te bouwen bedrijfswoning tot het ondernemingsvermogen behoort, dan is de daarbij behorende waardestijging van die ondergrond wel belast. In deze situatie is er per saldo geen vermogensstijging. De waardedaling van de oude woning en waardestijging van de nieuwe woning heffen elkaar immers op. Er ontstaat echter wel een fiscale claim op de ondergrond van de nieuwe bedrijfswoning.

In een recente uitspraak van het Hof Den Bosch komt deze problematiek ook naar voren. De betreffende agrariër loopt tegen een belastingheffing op. De uitspraak is kort samengevat de volgende:

Een ondernemer exploiteert een landbouwonderneming in de vorm van een eenmanszaak. Tot het ondernemingsvermogen behoorde een woning met ondergrond (hierna: de oorspronkelijke woning). Belanghebbende besluit vanwege de slechte staat van de oorspronkelijke woning tot de bouw van een nieuwe woning. In verband hiermee heeft belanghebbende in 2001 een gedeelte van het agrarisch bouwblok overgeboekt naar zijn privévermogen. De ondergrond van de nieuwe woning was ten tijde van de overgang naar privé binnen de onderneming in gebruik als weiland.

Na de bouw van de nieuwe woning is de oorspronkelijke woning in 2002 gesloopt. De ondergrond van de oorspronkelijke woning blijft aangewend binnen de onderneming van belanghebbende en is tot het ondernemingsvermogen blijven behoren. Het Hof overweegt letterlijk dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is: ‘op de waardeverandering die ontstaat bij onttrekking van grond ten behoeve van de bouw van een woning. Deze grond wordt immers voortaan niet meer in het kader van de uitoefening van het landbouwbedrijf aangewend.’

Belast is het verschil tussen de WEV-ondergrond woning en de Wevab-erfperceel. Het hof stelt dat:
”Het feit dat belanghebbende ten tijde van het overbrengen van de grond naar zijn privé-vermogen reeds over de oorspronkelijke woning op het bedrijfsperceel beschikt, doet aan het voorgaande niet af. De oorspronkelijke woning en ondergrond blijven immers tot het ondernemingsvermogen behoren. Van een herschikking of ruil, zodat geen bestemmingswijzigingswinst ontstaat, is daarom geen sprake. Dit is niet anders nu een nieuwe woning alleen mag worden gebouwd onder de voorwaarde dat de oorspronkelijke woning moet worden gesloopt.”

Als laatste strohalm stelde de ondernemer nog dat hij mocht vertrouwen op het door deskundigen opgestelde taxatierapport – waarin de Wevab ondergrond woning gelijk werd gesteld aan de WEV ondergrond woning – en de verklaring van de taxateurs dat de WEV gelijk is aan de Wevab.

Het Hof overwoog:
“Onder het kopje ‘indeling en omschrijving’ van dit rapport wordt de grond omschreven als ‘ondergrond voor een nieuw te bouwen woning’.

Dit standpunt van belanghebbende is onjuist nu (.. ) de grond in gebruik was als weiland. Het Hof is dan ook van oordeel dat belanghebbende en zijn gemachtigde wisten of moeten hebben geweten dat de taxateurs van een onjuist uitgangspunt zijn uitgegaan. Ook de fiscale consequenties hiervan (.. ) heeft belanghebbende, aan wie de kennis en de wetenschap van zijn adviseur worden toegerekend, geweten of moeten hebben geweten. Van een in rechte te honoreren, door het taxatierapport, opgewekt vertrouwen kan dan geen sprake zijn. (.. ) Het beroep van belanghebbende op het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2006, BNB 2007/151 inzake het niet kunnen toerekenen van de kennis van de gemachtigde aan belanghebbende kan niet slagen. Het gaat in onderhavige geval niet om vergrijpboeten (.. ) zodat toerekening mogelijk is.
(.. )
Het Hof is van oordeel dat een beroep op het Besluit [van 8 maart 2006, BNB 2006/197; samensteller], zoals door belanghebbende gesteld, niet mogelijk is. Belanghebbende heeft in 2001 de keuze gemaakt de grond voor de nieuwe woning tot het privé-vermogen te rekenen. Deze keuze heeft in volgende jaren geleid tot onherroepelijke fiscale gevolgen zodat belanghebbende niet meer op deze keuze kan terugkomen. De in het Besluit genoemde situaties en regeling zijn alleen daarom al niet op belanghebbende van toepassing.”

De uitspraak van het Hof Den Bosch 14 augustus 2008, nr. 07/00029, is nog niet gepubliceerd op Rechtspraak.nl.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landelijke landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Waardesprong ondergrond bedrijfswoning én rundveestal belast

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.