Home

Achtergrond 83 x bekeken

Milde eis in Belgische dioxinezaak

De openbare aanklager in het dioxine-proces tegen de vetsmelters vader en zoon Verkest in het Oost-Vlaamse Deinze heeft voor de rechtbank in Gent een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar, een geldboete van 5.000 euro en een beroepsverbod van drie jaar geëist.

Het Openbaar Ministerie in Vlaanderen zegt dat het negen jaar na de dioxinecrisis het nut niet inziet om het tweetal alsnog op te sluiten. Vader en zoon Verkest veroorzaakten in 1999 uit puur winstbejag in België de grootste voedselcrisis ooit door vet te verkopen aan veevoerbedrijven, waarin pcb’s en dioxine zaten die afkomstig was van het Waalse bedrijf Fogra.

Dat bedrijf betrok afvalmotorolie uit Waalse containerparken. Die olie werd vervolgens door Verkest verwerkt in vet voor veevoer. De milde eis is opmerkelijk, want de Belgische staat, de Vlaamse regering en het federaal voedselagentschap eisen van vader en zoon Verkest 400 miljoen euro schadevergoeding.

Het is zo goed als zeker dat de twee verdachten een dergelijk hoog bedrag nooit zullen kunnen opbrengen. Bovendien zijn er ook nog schadeclaims van enkele tientallen veevoer- en voedingsbedrijven van minstens 15 tot 20 miljoen euro.

Jacques en Jacqueline Thill van Fogra, die eveneens terechtstaan, riskeren een voorwaardelijke celstraf van één jaar en boete van 5.000 euro. Die boete ligt dus evenhoog als voor vader en zoon Verkest. Jacques en Jacqueline Thill worden door het Openbaar Ministerie beschuldigd van valsheid in geschrift, gebruik van valse facturen en de levering van bedrieglijke koopwaar.

Jan Schils

Of registreer je om te kunnen reageren.