Home

Achtergrond 108 x bekeken

Hoog tijd voor eerlijk delen rendement

Tuinders en andere primaire producenten moeten een grotere invloed krijgen in afzetcoöperaties.

Profiteren van rendementen die nu nog elders in de voedselketen worden gemaakt is mogelijk, maar daar moet wel wat voor gebeuren, geeft Theo Douven, directeur van Douven Blauwe Bessen bv in Horst en voorzitter van telersvereniging Dutch Blueberry Collective, aan.

De prestaties van een afzetcoöperatie moeten veel kritischer worden gevolgd. Leden zullen hun rol moeten activeren, naar voorbeeld van aandeelhouders bij beursgenoteerde bedrijven. Onze afzetcoöperatie ZON gedraagt zich te veel als particuliere handel of industrie. De eigen continuïteit en de winst staan voorop, een goed rendement voor de leden is daaraan ondergeschikt. Het evenwicht is zoek.

Als de balans niet wordt hersteld, zal de afstand tussen bestuurders en leden alleen nog groeien. Het rendement van de leden en afzetcoöperatie mag niet meer als een aparte verantwoordelijkheid worden gezien. Het doel van een moderne afzetcoöperatie moet zijn: optimalisatie van het bedrijfsresultaat van de leden.

Agrarische ondernemers kunnen hun rendement opvijzelen door hun afzet anders te organiseren. Overal in de voedselketen wordt meer rendement geboekt dan in de primaire sector. Het moet mogelijk zijn dat agrarische ondernemers meeprofiteren van de rendementen, die (elders) in de voedselketen worden gemaakt. De distributiekanalen moeten korter en over minder schijven lopen. Primaire agrarische bedrijven moeten marktgerichter gestructureerd worden en zich meer verdiepen in de wensen van klanten.

Het vermogen van coöperaties dat nu nog in de zogenaamde dode hand zit, zal daarvoor op naam van de leden moeten komen en hiervoor worden aangewend. Daarmee kan kortetermijngedrag worden vermeden en de betrokkenheid met de afzet worden vergroot.
Het gepresenteerde LEI-rapport Ketenrendement in de Nederlandse agribusiness constateerde en beschreef al in mei 2007 de onevenwichtigheden in vele ketens.

Destijds becommentarieerden Hans ten Cate en Sjors Kruiper van de Rabobank: "De verdeling van de marges in de voedselketen moet echt veranderen, anders houdt het een keer op". Ook Albert Jan Maat (LTO) zegt dat net als aandeelhouders bij beursgenoteerde bedrijven, leden van coöperaties een actievere rol moeten gaan spelen.

Te veel telers of telersverenigingen produceren met de blik op de kostprijs, zonder zich te laten leiden door de markt. De overstap van een productgerichte naar een marktgerichte strategie is een must, die bij veel telers nauwelijks leeft. Er is geen of te weinig ketenregie.
Het zomaar neerzetten van producten in de markt is ouderwets. Telers moeten inspelen op wensen van afnemers. Door samenwerking kunnen ook grote afnemers worden bediend met uniforme partijen. Innovatieve concepten leiden tot betere marktintroducties en prijsvorming dan bulkproducten. Maar de afzetcoöperatie moet daar wel voor willen gaan.

De functie van telersverenigingen is hét instrument om afspraken te maken met de afzetcoöperatie of ketenpartners. De telersvereniging praat zo met de stem van de primaire sector en kan en durft zijn tanden te laten zien. Niet om te bijten, maar om zijn tanden er in te kunnen zetten, voor een rechtvaardig deel van de koek. Waarom kan een coöperatie wel collectieve kortingen regelen op tal van zaken en GMO-subsidies (voor gemeenschappelijke marktonderning) bemiddelen onder voor haar gunstige voorwaarden, maar nauwelijks op pad gestuurd worden voor een betere productprijs voor haar leden?

Producenten of telers (-verenigingen) moeten een rechtvaardig deel van de marktconforme consumentenprijs ontvangen voor hun aandeel in de keten. Daarvoor zou de ’producent in de keten’ afhankelijk van competenties een aandeel van gemiddeld 40 tot 50 procent van de consumentenprijs dienen te ontvangen. Gewoonlijk ligt dit percentage tussen de 20 en 35 procent.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.