Home

Achtergrond 143 x bekeken

GLB moet diervriendelijker

De EU moet de lidstaten verplichten een dierenwelzijnsprogramma op te zetten, vindt Bert van den Berg. Dierenwelzijn hoort bij verduurzaming van de landbouw. Door de inkomenssteun voor boeren meer af te romen, komt geld voor dierenwelzijn beschikbaar, zegt de beleidsmedewerker voor de Dierenbescherming.

Gaat de veehouderij zich verder toeleggen op bulkproductie voor de wereldmarkt tegen een zo laag mogelijke kostprijs, of gaat zij zich richten op een duurzame veehouderij met een hoog dierenwelzijn? Het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) stimuleert vanouds het eerste. Het gevolg is een bio-industrie met grote duurzaamheidstekorten, waaronder een slecht dierenwelzijn. Doorgaan op deze weg is een 'race to the bottum' die uiteindelijk alleen maar verliezers kent.

De Dierenbescherming vindt dat het GLB omgebogen moet worden richting duurzame ontwikkeling. Het moet de randvoorwaarden en minimumnormen stellen voor een milieu- en diervriendelijke productie en consumptie tegen eerlijke prijzen. Tot nu toe is het GLB hierin halfslachtig. Zo is dierenwelzijn sinds 2003 wel een zelfstandig doel van het GLB, maar het is aan de EU-lidstaten of en wat ze hieraan doen. De tussentijdse health check van het GLB biedt gelegenheid om aan deze vrijblijvendheid een eind te maken en de lidstaten te verplichten een serieus dierenwelzijnsprogramma op te zetten.

Het GLB richt zich tegenwoordig op een vrijere wereldhandel. Dat is een mooi ideaal, maar mag er niet toe leiden dat Europa overspoeld wordt met slechte producten en zelf z’n normen ook maar verlaagt. Zo moeten producten die niet aan de hier geldende dierenwelzijnseisen voldoen worden geweerd. Op de wel verkrijgbare dierlijke producten moet duidelijk herkomst en leefomstandigheden van het dier staan vermeld. Het sluiten van (wereld)handelsverdragen moet van dit soort duurzaamheidsvoorwaarden afhankelijk worden gesteld.

Ook de zuivel moet volgens de overheid een vrije markt worden. Maar de verruiming en afschaffing van de melkquotering moet zorgvuldig gemonitord worden en waar nodig moet worden ingegrepen om te voorkomen dat de melkveehouderij door ongebreidelde schaalvergroting en intensivering net als andere veehouderijtakken een bio-industrie wordt, waarin onder meer de weidegang van koeien verloren gaat.

Voor de verduurzaming in de landbouw is meer geld nodig. De Houtskoolschets van landbouwminister Verburg voor het GLB in 2020 gaat er daarom terecht vanuit dat veehouders tegen die tijd alleen nog steun krijgen voor maatschappelijke doelen waaronder dierenwelzijn.
Op dit moment gaan de meeste GLB-gelden nog naar vrijwel ongeclausuleerde directe inkomenssteun. De jaarlijkse overheveling (modulatie) van inkomenssteun naar plattelandsbeleid zou daarom van de huidige schamele 3 procent fors opgetrokken moeten worden. Dat past ook in de Houtskoolschets. Maar bij de health check lijkt de minister al te zwichten voor druk om niet te veel geld over te hevelen. Zo dreigt de Houtskoolschets voor 2020 al op voorhand in rook op te gaan.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.