Home

Achtergrond 150 x bekeken

Fonds voor schade door vermenging met GGO’s

Het Restschadefonds co-existentie gaat de schade door vermenging van genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) met gangbaar veredelde gewassen vergoeden. Met name de biologische landbouw eist producten die vrij zijn van GGO’s. Het ministerie van LNV bereikte een akkoord met de betrokken organisaties over de inrichting en vulling van dit fonds voor respectievelijk mais, aardappel en suikerbiet. De minister van LNV informeerde met de brief van 10 september 2008 de Tweede Kamer. Daarnaast doet LNV ook melding van een onderzoek van GGO’s in biologische veevoeders, waarin 0,9 procent is toegestaan.

Op 16 juli 2008 overlegden LNV, Biologica, Plantum NL en LTO over maatregelen met betrekking tot vermenging van GGO’s met overige gewassen en is een voorstel ontstaan waar de betrokken partijen inclusief het toen afwezige NAV later mee akkoord gingen.

Op hoofdlijnen zijn de gemaakte afspraken over het Restschadefonds co-existentie als volgt:

  • Het fonds dekt economische schade die ontstaat door vermenging op het primaire bedrijf, waarvoor niemand aansprakelijk gesteld kan worden. De vervolgschade die ontstaat in de schakels van de keten na het primaire bedrijf, valtniet onder de gemaakte co-existentie-afspraken en dit fonds.
  • Het fonds bestaat uit de apparaatskosten voor beheer enuitvoering en de middelen voor de uitkeringen.
  • Het bereik van het restschadefonds is uitsluitend de primaire sector waarbij schade die verder in de keten ontdekt wordt, is te herleiden via tracking & tracing.
  • Het restschadefonds bestaat uit drie deelfondsen voor mais, aardappel ensuikerbiet.
  • Het restschadefonds en de overige co-existentie- afspraken worden 3 jaar na de start van de eerste commerciële teelt van een genetisch gemodificeerd gewas geëvalueerd.
  • Economische schade op een primair bedrijf waar iemand voor aansprakelijk kan worden gesteld, kan worden verhaald op basis van het Burgerlijk Wetboek.
De apparaatskosten van het restschadefonds worden gedragen door de reserves vande productschappen. Het apparaat en de loketfunctie worden ondergebracht bij hetProductschap Akkerbouw. De vulling van het fonds voor aardappelen en mais wordt onder regie van LNV door de private partijen uitgewerkt. In principe komen de gelden van de leveranciers van uitgangsmateriaal (nog niet verwerkt in de Kamerbrief van het LNV). Omdat realisatie en juridische verankering de nodige tijd kunnen vergen, kan zonodig in de tussenliggende tijd een beroep gedaan worden op een garantstelling uit de opgebouwde reserves van de productschappen. Omdat de commerciële teelt van genetisch gemodificeerde suikerbiet in Nederland niet binnen afzienbare termijn plaatsvindt, wordt de regeling rondom het restschadefonds voor deze teelt uitgesteld.

Verder is afgesproken dat er een gerichte monitoring van de oogst komt van bedrijven die op basis van een risicoanalyse als ‘risicovol’ gelden om zo vervolgschade in de keten te voorkomen. De kosten van deze monitoring (inclusief bemonstering en analyse) maken deel uit van de apparaatskosten van het restschadefonds.

Vervolgschade in de keten / monitoring
Voor de vervolgschade in de keten wordt een apart traject gestart. In dit traject worden de voor dit onderwerp relevante partijen betrokken. Naar aanleiding van een voorstel van LTO wordt dit onderwerp nadrukkelijk in breder verband behandeld, zodat dan niet alleen naar vervolgschade van vermenging met genetisch gemodificeerde gewassen wordt gekeken.

Diervoeders
Een voorbeeld van vermenging van GGO’s in de vervolgketen is hun voorkomen in de veevoeding. In de biologische productieketen mogen geen GGO-producten worden gebruikt. Een beperkte vermenging in de keten van GGO-grondstoffen met non-GGO-grondstoffen is echter technisch niet altijd te voorkomen. Daarom mogen biologische diervoeders op grond van de Europese Verordening inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten (EG/843/2007) tot 0,9% GGO’s bevatten, op voorwaarde dat de aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te vermijden is.

Lees ook LNV beantwoordt vragen over GGO’s in de veevoeding

Meer informatie LNV-Kamerbrief, 10 september 2008: Stand van zaken co-existentie restschadefonds

Meer informatie LNV-Kamerbrief, 10 september 2008: onderzoek GGO’s in biologische veevoeders

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.