Home

Achtergrond 119 x bekeken

Fiscale vergroening via auto en verpakkingsbelasting

De heilige koe is ook dit jaar weer favoriet bij de fiscale wetgever. De ‘vergroening’ van het belastingstelsel komt voor een groot deel van de auto. In deze bijdrage over de voorgestelde belastingplannen op Prinsjesdag worden de ingrijpende fiscale regelingen rondom de auto in kaart gebracht. De fiscaliteit is ook volop ingezet op andere gebieden om de milieudoelen van de regering te bereiken. De in 2008 ingevoerde verpakkingsbelasting blijkt veel te ingewikkeld en wordt daarom eenvoudiger. Dit levert voor de praktijk grote voordelen op.

De fiscale maatregelen rondom de auto worden puntsgewijs besproken:

  • Afschaffen van de aanschafbelasting (BPM) - verschuiving naar MRB
    In het kader van de invoering van de kilometerbeprijzing zal de aanschafbelasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) gefaseerd worden afgebouwd onder gelijktijdige verhoging van de motorrijtuigenbelasting (MRB). Van 2008 tot en met 2012 vindt dit plaats in jaarlijkse stappen van 5%. Vanaf 2013 gaat de afbouw verder in zes jaarlijkse stappen van telkens 12,5% totdat de BPM uiteindelijk in 2018 volledig is verdwenen.

  • Ombouw van de BPM-grondslag van catalogusprijs naar COB2B-uitstoot
    De BPM wordt in een aantal jaren omgezet naar een heffing die volledig gebaseerd is op de uitstoot van COB2B. Een BPM op COB2B-basis past naar het oordeel van het kabinet beter bij de gedachte ‘de vervuiler betaalt’.

  • Verlaging van het MRB-tarief voor zeer zuinige auto's
    Het tarief van de (MRB) voor zeer zuinige auto’s wordt nog verder verlaagd. Het halve tarief MRB wordt gereduceerd tot een kwarttarief. Onder zeer zuinige auto’s worden personenauto’s verstaan met een COB2-B-uitstoot van maximaal 95 g/km (diesel) of maximaal 110 gram per kilometer (benzine).

  • Verlaging van het MRB-tarief voor aardgasauto's
    Het kabinet wil het gebruik van aardgasauto’s stimuleren. Het MRB-tarief voor aardgasauto’s is nu gelijk aan dat van lpg-auto’s met een zogenoemde G3-installatie. Het kabinet verlaagt het MRB-tarief voor aardgasauto’s tot het niveau van benzineauto’s. Voor een auto met een gewicht van 1.300 kg scheelt dit circa € 60 per kwartaal.

  • MRB-tarief motoren
    Het MRB-tarief voor motoren wordt verhoogd met eenzelfde percentage als voor personenauto’s (6,5%) . Als deze verschuiving voor motoren achterwege zou blijven, zou het houden van een motorrijwiel ten opzichte van andere voertuigen goedkoper worden Daarnaast creëert het kabinet hiermee een grotere stimulans voor milieuvriendelijke motoren, de zogenoemde ‘zero emission-motoren’, omdat deze zijn vrijgesteld van zowel BPM als MRB.

  • MRB-tarief voor oudere vrachtauto’s
    Oudere vrachtauto’s veroorzaken meer milieudruk - met name door de emissie van NOBxB en fijnstof - dan nieuwe vrachtauto’s. Met inachtneming van het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ verhoogt het kabinet de MRB voor Euro-0, I en II vrachtwagens met respectievelijk 90%, 75% en 60%. Tegelijkertijd trekt het kabinet tot en met 2011 extra middelen uit voor de stimulering van een schoner wegtransport. Er vindt een terugsluis plaats via roetfiltersubsidie.

  • Extra categorie voor verlaging bijtelling zuinige auto’s van de zaak
    Voor zeer zuinige auto’s van de zaak is de fiscale bijtelling met ingang van 2008 flink verlaagd naar 14% van de catalogusprijs van de auto in plaats van 25% van de catalogusprijs van de auto. Voor veel rijders van een auto van de zaak is de stap naar een zeer zuinige auto echter nog te groot. Om ook deze autorijders te stimuleren tot de keuze voor een zuinigere auto, introduceert het kabinet een extra categorie. De bijtelling van auto’s in deze nieuwe categorie bedraagt 20% en geldt bij auto’s die op benzine rijden met een COB2B-uitstoot tussen de 111 en 140 gram per kilometer en bij auto’s die wel op diesel rijden met een COB2B-uitstoot tussen de 96 en 116 gram per kilometer. Bij een nog lagere COB2B-uitstoot blijft een bijtelling of onttrekking van 14% gelden.
Maatregelen rondom de verpakkingsbelasting

In de verpakkingenbelasting wordt een aantal vereenvoudigingen doorgevoerd. Deze vereenvoudigingen zijn het resultaat van een intensief overleg met het bedrijfsleven sinds de introductie van de belasting. Concreet worden de volgende vereenvoudigingen voorgesteld:

  • Halvering van het aantal tarieven
    Tegelijkertijd wordt er een nieuw algemeen tarief geïntroduceerd waarvan belastingplichtigen gebruik kunnen maken indien het ze niet lukt om in de administratie een uitsplitsing naar verpakkingsmaterialen op te nemen. Een uitsplitsing is in dat geval niet meer nodig.

  • Aanpassing definitie
    Verpakkingen die in het spraakgebruik meestal niet als verpakkingen zullen worden aangemerkt, worden niet meer belast (pallets, grote kratten en vaten). Vaak zijn dit ook verpakkingen waarbij moeilijk een verpakkingenadministratie was op te stellen.

  • Forfaits
    Er komt een mogelijkheid om voor verpakkingen van geïmporteerde producten de hoeveelheid verpakkingen via een forfait vast te stellen. Dit forfait geldt voor maximaal 5 jaar. Er hoeft in die periode geen aparte verpakkingenadministratie meer te worden bijgehouden.

  • Componenten
    Componenten die in verpakkingen worden verwerkt (bijvoorbeeld nietjes in een kartonnen doos, of etiketten) hoeven niet meer apart te worden opgegeven.

  • Concerndefinitie
    De concerndefinitie wordt aangepast zodat de meeste franchisenemers niet meer door de verpakkingenbelasting zullen worden geraakt.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform Landelijke Landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Meer informatie Ministerie van Financiën: Belastingplannen

Lees ook Prinsjesdag 2009: alles onder controle

Lees ook Uit de troonrede van 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.