Home

Achtergrond 162 x bekeken

Fiscale belemmering emigratie is niet toegestaan

Als agrarische ondernemers emigreren naar het buitenland en daar een nieuw bedrijf opzetten, maken ze vaak gebruik van bv’s. Het gebruik van een bv kan grote fiscale voordelen hebben. Natuurlijk dient er dan wel aan de fiscale randvoorwaarden te worden voldaan. Het gerechtshof verklaarde een van deze randvoorwaarden onverbindend op 21 augustus 2008. Een emigratie binnen een periode van 3 jaar na een geruisloze inbreng is door deze uitspraak eenvoudiger geworden.

Een van de fiscale randvoorwaarden voor het gebruik van een bv was, dat een emigratie binnen een periode van 3 jaar na de geruisloze inbreng van de onderneming in principe aangemerkt werd als een vervreemding van de aandelen. Dit heeft dan weer als gevolg dat alsnog belastingheffing (over het zogenoemde aanmerkelijk belang) verschuldigd is. Deze regel, die in de eerste standaardvoorwaarde voor een geruisloze inbreng ex artikel 3.65 Wet IB 2001 is opgenomen, is door het gerechtshof Arnhem onverbindend verklaard.

De aan het hof voorgelegde zaak is kort samengevat de volgende:

Een vrouwelijke melkveehouder exploiteerde tot en met 2003 in maatschapsverband met haar echtgenoot een melkveebedrijf. Op 26 mei 2004 richtten de melkveehouder en haar echtgenoot een bv op. Vervolgens hebben ze het door hen geëxploiteerde melkveebedrijf ingebracht in de bv.

De ondernemers hebben verzocht om toepassing van de faciliteit van de geruisloze inbreng (artikel 3.65 Wet IB 2001). Dit verzoek is onder het stellen van voorwaarden (hierna: de standaardvoorwaarden) gehonoreerd. De melkveehouder en haar echtgenoot emigreerden op 30 april 2005 naar Duitsland. Daar exploiteren zij, via een samenwerkingsverband met de bv, een melkveebedrijf.

De melkveehouder (belanghebbende) maakte bezwaar tegen toepassing van de eerste standaardvoorwaarde, meer in het bijzonder de uitbreiding die de Staatssecretaris van Financiën in de toelichting op de standaardvoorwaarden heeft gegeven aan het vervreemdingsbegrip. Belanghebbende stelt dat de aan het uitbreidingsbegrip geen wettelijke basis ten grondslag ligt en dat de voorwaarde voorts een belemmering met zich meebrengt die in strijd is met artikel 43 van – kort gezegd – het EG-verdrag en de Fusierichtlijn.

Na een uitvoerige beschouwing overweegt het hof: ‘Derhalve moet worden geoordeeld dat de staatssecretaris van Financiën, met het vaststellen van de eerste standaardvoorwaarde en de toelichting daarop, die met de standaardvoorwaarden één geheel uitmaakt, en met name met de bepaling in de Toelichting dat onder vervreemding van aandelen in dit kader mede wordt verstaan het anders dan door overlijden ophouden binnenlands belastingplichtige te zijn, is getreden buiten de hem door de wetgever verleende bevoegdheden. (...) Gelet op het vorenstaande is het hoger beroep van belanghebbende gegrond. Het antwoord op de vraag of de eerste standaardvoorwaarde op het punt van de fictieve vervreemding in strijd is met het EG-recht, kan in het midden blijven’.

De inspecteur heeft gevraagd beroep in cassatie in te stellen. Het laatste woord is daarom waarschijnlijk aan de Hoge Raad.

De uitspraak van het hof in Arnhem op 21 augustus 2008, nr. 07/00189, is nog niet gepubliceerd op Rechtspraak.nl. Agrocount.nl schreef al eerder over een vergelijkbare zaak na een uitspraak door de rechtbank van Leeuwarden. In de uitspraak van de rechtbank van Leeuwarden is uiteindelijk geen uitspraak gedaan over het geschil zelf. Op grond van formele redenen werd het beroep uiteindelijk niet ontvankelijk verklaard. Gelukkig is dit niet gebeurd bij de zaak die voor het hof in Arnhem is aangespannen.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landelijke landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Hoger beroep tegen uitspraak afboeking HIR ‘in’ Duitsland

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘emigratie’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.