Home

Achtergrond 294 x bekeken

Zeeuwen met valse beloften naar Brazilië gelokt

Ruim dertig jaar geleden kwamen Ton Roos en Margje Eshuis in Brazilië in contact met afstammelingen van Zeeuws-Vlamingen die in de negentiende eeuw de armoede in eigen land waren ontvlucht.

Op de eerste ontmoeting volgde een langdurige samenwerking tussen de sociaal-cultureel werkers en de geïsoleerd levende nakomelingen van de emigranten.

De ouderen onder die nazaten spraken nog altijd Zeeuws. ,,We vonden dat de geschiedenis van die emigranten op papier moest komen'', zegt Roos. Het resultaat is het boek 'Op een dag zullen ze ons vinden', dat dinsdag op het gemeentehuis van Oostburg wordt gepresenteerd. Drie weken later volgt een presentatie van de Braziliaanse editie in Espírito Santo: een deelstaat tussen Rio de Janeiro en Bahia, waar zich tussen 1858 en 1862 ongeveer zevenhonderd Zeeuwen vestigden.

Ruim honderd jaar na die emigratiegolf werden Roos en Eshuis in 1972 door de zending van de Gereformeerde kerken (nu PKN) uitgezonden naar Brazilië. Na eerst drie jaar als internaatsleider gewerkt te hebben in de staat Paraná vertrokken zij naar Espírito Santo om daar namens de zending met de Lutherse kerken op het platteland de samenwerking en de organisatiestructuur van boeren, landarbeiders en de andere bewoners te bevorderen. ,,Het was de tijd van de militaire dictatuur'', legt Roos uit. ,,De mensen konden zich niet vrij organiseren, vakbonden werden verboden en kranten gecensureerd. De met het volk geëngageerde kerken waren de enige plekken waar de mensen vrij met elkaar konden praten en zich konden organiseren.''

Zeven jaar werkten de twee Nederlanders in Espírito Santo. Ze hoorden daar over een gemeenschap van Nederlanders met de naam Holanda en kregen van de zending de opdracht daarnaartoe te gaan. Het was een geïsoleerd gebied, met een slechte infrastructuur, geen dokter, geen telefoon en een klein schooltje voor vier jaar basisonderwijs. ,,We troffen daar niet meer dan dertig families aan'', zegt Eshuis. ,,Ze waren zeer verarmd, in de steek gelaten en van de Braziliaanse samenleving buitengesloten.''

Roos zegt dat er een reden was waarom de ouderen nog altijd Zeeuws-Vlaams spraken: ,,Een van de afstammelingen van de Zeeuwen zei 'we moeten Hollands blijven praten, want op een dag zullen ze ons vinden''. Voor hun idee was het eindelijk zover, toen ze met ons in contact kwamen.''

Na die eerste ontmoeting brachten Roos en Eshuis een lang weekeinde per maand met de mensen uit de gemeenschap door. Ze probeerden het onderlinge contact en de samenwerking te bevorderen. Om dat doel te bereiken, organiseerden ze onder meer groepsbijeenkomsten in en rondom de Hollandse kapel en bij de mensen thuis. ,,De samenwerking en de organisatie werden snel beter'', zegt Eshuis. ,,Toen er na het eerste contact via een hulpactie uit Nederland dekens kwamen, zorgden de mensen zelf voor de verdeling en werden er meer gezamenlijke activiteiten ondernomen.'' Het ging onder meer om het opknappen van huisjes in Holanda en het nabijgelegen Holandinha.

Na hun terugkeer in Nederland in mei 1983 bleven de twee contact houden met de afstammelingen van de Zeeuwen. ,,In de loop der jaren is er veel veranderd'', zegt Eshuis. ,,Velen zijn weggetrokken en de mensen die zijn gebleven, zijn veel beter geïntegreerd in de Braziliaanse samenleving. Er is een nieuwe school met beter onderwijs en de infrastructuur is sterk verbeterd.''

Voor hun boek hebben Roos en Eshuis uitvoerig gesproken met nazaten van de emigranten. Ook zijn ze uitgebreid in de archieven in Zeeland en Espírito Santo gedoken. Het onderzoek leverde de auteurs enkele nieuwtjes op. Zo kwam aan het licht dat naast de tussen 1859 en 1862 naar Holanda geëmigreerde West-Zeeuws-Vlamingen er in 1858 nog twee andere groepen Zeeuwen naar Espírito Santo zijn vertrokken. Een groep kwam in Rio Novo in het zuiden van de deelstaat terecht. De andere vestigde zich in het noorden van Espírito Santo, op de grens met Bahia. Van die twee laatste groepen hebben Roos en Eshuis nog enkele nazaten kunnen opsporen.

Tijdens hun onderzoek vonden Roos en Eshuis documenten waaruit blijkt dat de Zeeuwen naar Brazilië waren gelokt met valse beloften over onder meer gratis ontgonnen grond en allerlei voorzieningen. ,,Ze zijn gelokt met bedrog'', zegt Roos. ,,Is daarom in 1862 een punt achter de emigratie gezet? Het was toen duidelijk geworden onder welke slechte omstandigheden de mensen leefden.''

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.