Home

Achtergrond 269 x bekeken 1 reactie

Westland is geen landschap meer

Koeien in de wei, weide-vogels langs sloten en polders met boerderijen. Nederland kent nog steeds mooie polders zoals op schilderijen van Hollandse meesters, zegt Yttje Feddes rijksadviseur voor het landschap. Maar het landschap van het Westland is verdwenen.

Voor mijn werk als landschapsarchitect kom ik vaak in de Zuidvleugel van de Randstad: het gebied rond Den Haag, Rotterdam en Dordrecht. De steden zijn hier zo ver uitgegroeid dat het landelijk gebied bijna alleen nog bestaat uit uitgespaard groen in een stedelijk veld. Een groot deel van dit overgebleven landschap heeft weinig allure meer, maar wie aan de noordwestkant Rotterdam uitrijdt wacht een verrassing. Hier liggen nog grazige open polders, omzoomd door boezemkaden met boerderijen erlangs. Koeien lopen in de wei, weidevogels broeden langs de slootkant en als we de bebouwing aan de horizon wegdenken past dit landschap zo in een schilderij van de Hollandse meesters.

Voor dit gebied, Midden-Delfland, gold jaren de zogeheten reconstructiewet, die het gebied beschermde tegen verstedelijking. Dankzij die planologische zekerheid kregen de melkveebedrijven de kans om goed te renderen. En dankzij een gezonde landbouw bleef het open polderland intact. Voor de stadsbewoners is het fantastisch om in het weekeinde dichtbij huis van een echt landelijk gebied te kunnen genieten.

Direct ten westen van Midden-Delfland ligt een gebied met een heel ander karakter. Het Westland is een tuinbouwgebied dat inmiddels volledig bedekt is met kassen. De glastuinbouw is een economisch succes en de tuindersgezinnen wonen hier graag.
Maar van de historische landschapspatronen en voormalige landgoederen is bijna niets meer terug te vinden en de bewoners van de omringende steden hebben hier niets te zoeken. Het Westland is geen landschap meer.

Welke lessen voor de toekomst kunnen we trekken uit deze twee zo heel verschillende voorbeelden? Voor Midden-Delfland lijkt het me eenvoudig: koester de melkveehouderij als belangrijkste grondgebruiker en behoud daarmee het waardevolle open polderland.
Het bestaande stelsel van boezemvaarten vormt al een vanzelfsprekend landschappelijk raamwerk langs de randen van de polders. Doorgaande fiets- en wandelroutes op alle polderkaden en weelderige rietkragen langs de oevers maken dit raamwerk compleet. Van de boeren mag verwacht worden dat ze extra zorg besteden aan hun erven en bedrijfsgebouwen die in het landschap passen.

Voor het Westland is het ingewikkelder: hoe zou dat weer een landschap kunnen worden? Het is daarbij natuurlijk zinloos om tegen de modernisering van de bedrijfstak in te gaan. De kassen zullen nooit meer groene moestuinen worden. Maar het landschap kan wel weer vorm krijgen door het maken van een paar robuuste groenstroken, bijvoorbeeld gekoppeld aan de belangrijkste waterlopen. Die nieuwe landschappelijke zones kunnen prachtige recreatieve en ecologische verbindingen vormen naar de kust en langs de binnenduinrand. Bovendien zijn ze ook van nut voor de landbouw, omdat ze ruimte bieden voor de waterberging die de glastuinbouw zo hard nodig heeft. Natuurlijk, die landschappelijke zones kosten ruimte, maar geven ook zekerheid en toekomstwaarde aan de rest van het tuinbouwareaal.
Deze twee voorbeelden van agrarische landschappen in de Zuidvleugel laten in een notendop zien hoe landbouwontwikkeling en een mooi landschap kunnen samengaan, in een verstedelijkt land als Nederland. Daarbij lijkt het me belangrijk om per gebied precies de juiste mengverhouding te vinden tussen de robuuste landschappelijke patronen, waar de overheid voor moet zorgen, en de vrijheid en flexibiliteit die het agrarisch bedrijf nodig heeft.

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    Pieter vermeulen

    Als landschaparchitect maar ook als burger, consument en recreant is het inderdaad te constateren dat het genoemde landschap feitelijke geen landschap meer is. Ik vraag me hierbij wel af of we niet moeten afstappen van het conventionele denken in "Glas". Er zijn volgens ik heb vernomen vanaf de website van Agrospect meer dan voldoende mogelijkheden om kassen te verdiepen in de bodem zonder dat het landschap wordt vervuild. Mijn inziens zou met deze verborgen kassen een combinatie met recreatie mogelijk zijn. Als landschapsarchitect is het zaak om bij ontwerpen alle mogelijkheden te bekijken zo ook alternatieven. Doen we dat niet dan blijven de problemen zoals ze zijn, praten, publiceren en discuseren we erover zonder dat dit ergens toe leidt.

Of registreer je om te kunnen reageren.