Home

Achtergrond 338 x bekeken

Weinig fiscale muziek in Varkensbesluit

Een varkenshouder moest zijn stal vergroten om het aantal dieren waarvoor hij varkensrechten had, te kunnen huisvesten volgens het Varkensbesluit. Over de kosten wilde hij een voorziening treffen, maar rechters blijven dit bij herhaling verbieden. Hij moet de kosten activeren als een investering, waarvoor ook wel enkele faciliteiten bestaan. Mr. S.F.J.J. Schenk schetst de ontwikkelingen van deze zaak, die Agrocount.nl al langer volgt.

Geschiedenis
Eerder al beslisten het gerechtshof in Den Bosch (‘Slechts één voorziening voor varkensfokker’, Agrocount.nl 13 september 2007) en de rechtbank van Breda (‘Wettelijke varkensstaleisen rechtvaardigen voorziening niet zonder meer’, Agrocount.nl 30 november 2006), dat er geen fiscale voorziening gevormd mocht worden in verband met het Varkensbesluit. Nu besliste de rechtbank van Breda op 24 juni 2008 (LJN: BE8927, AWB 07/2416) voor dezelfde belastingplichtige (een echte volhouder dus) opnieuw, dat de vorming van een kostenegalisatiereserve (KER) dan wel een voorziening niet mogelijk is. Beide hadden anders ten laste van het resultaat gebracht mogen worden. Met het oog op het Varkensbesluit gedane uitgaven moeten aangemerkt worden als investeringen. Dergelijke uitgaven dienen dan ook geactiveerd te worden in het jaar waarin ze gedaan worden. Deze laatste kwalificatie biedt vanzelfsprekend mogelijkheden.

Varkensbesluit
Het Varkensbesluit (Besluit houdende regelen ter zake van het houden en huisvesten van varkens, Besluit van 7 juli 1994, Stb. 577) brengt naar zijn aard en inhoud grote kosten voor varkenshouders met zich mee. Voor veel varkensboeren was dit besluit dan ook reden om er mee te stoppen. De ondernemer in deze zaak, die 4.196 varkens hield op 3.090 vierkante meter, maar rechten had voor het houden van 4.637 varkens, ontving een fax waarin hem medegedeeld werd dat zijn maatschap €682.000 zou moeten investeren om haar bedrijfsuitoefening aan te passen aan de eisen van het Varkensbesluit.

Aanpassingen
In de fax werd (kort samengevat) aangegeven, dat het knelpunt zat in de oppervlakte per gehouden varken:‘Om alle vleesvarkenrechten op 1 vierkante meter te kunnen houden is er 4.637 vierkante meter hokoppervlakte nodig. Op dit moment is er 3.090 vierkante meter hokoppervlakte. Er is dus 1.547 vierkante meter staloppervlakte te weinig. Om deze 1.547 vierkante meter staloppervlakte te realiseren is er een investering nodig van 1.547 vierkante meter x €410 per vierkante meter = €635.000 inclusief arbeid exclusief btw’.
Verder zouden nog wat aanpassingen aan de roostervloeren (€45.000) en de verlichting (€2.000) moeten plaatsvinden, maar dat was kleingeld. De aanpassing van de roostervloeren en de verlichting had overigens betrekking op de bestaande stallen. Later werd aangegeven dat van de totale investering een bedrag van €186.600 als onderhoud beschouwd mocht worden. Vervolgens werd in opdracht van de ondernemer onderzocht of met al deze aanpassingen werd voldaan aan de eisen van het Varkensbesluit.

Fiscale aftrekpost
De belanghebbende ondernemer wilde in verband met het Varkensbesluit een voorziening dan wel een KER vormen voor zover de kosten niet als (toch al door middel van een KER aftrekbare) onderhoudskosten konden worden aangemerkt. Al in 2000 kwam de zaak voor de fiscale rechter. De rechtbank van Breda was van oordeel dat belanghebbende geen voorziening of KER kan vormen voor de op grond van het Varkensbesluit geplande investeringen. Zoals uit de hiervoor geschetste offerte al blijkt, is er sprake van een belangrijke uitbreiding van het bedrijf. Van onderhoud of andere kosten die door de bedrijfsvoering worden opgeroepen is geen sprake.

Volgens de rechtbank moeten de geplande uitgaven dan ook worden aangemerkt als investeringen. Dergelijke investeringen mogen uiteraard niet in één keer ten laste van het resultaat worden gebracht (tenzij het gaat om startende ondernemers of om investeringen die kwalificeren voor de Vamil, de willekeurige afschrijvingsregeling). In andere gevallen moeten de uitgaven geactiveerd worden, met name als er geen sprake is van kosten die onmiddellijk ten laste van de winst- en verliesrekening komen.

Uitbreiding
Is er sprake van een stevige uitbreiding, dan zal er niet snel sprake zijn van onderhoud. De rechtbank overwoog in dit verband dat het stallencomplex door de uitbreiding een wezenlijke verandering in omvang ondergaat, omdat het na de verbouwing ongeveer anderhalf keer zo groot wordt. Belanghebbende dacht hier iets genuanceerder over. Weliswaar is sprake van een technische uitbreiding, zo stelde hij, maar niet van een bedrijfseconomische. Deze stelling werd door de rechtbank verworpen. Belanghebbende werd vervolgens nog op een klein puntje (kosten bezwaarfase) in het gelijk gesteld, zodat hij niet helemaal met lege handen naar huis ging, maar in de hoofdzaak verloor hij de zaak opnieuw.

Investering
Belangrijk in deze zaak was de uitdrukkelijke constatering dat aanpassingen op grond van het Varkensbesluit als investering zijn aan te merken. Voor startende ondernemers is de mogelijkheid tot vervroegde afschrijving nadrukkelijk aanwezig. Verder bestaat er de mogelijkheid om (kleinschaligheids-)investeringsaftrek (KIA) te claimen, terwijl verder investeringen in dierenwelzijn nog in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). Mogelijk kunnen deze fiscale faciliteiten in voorkomende gevallen de pijn enigszins verzachten van het niet kunnen vormen van een voorziening of een KER.

mr. S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de Gibo Groep en voorzitter van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs

Lees ook Slechts één voorziening voor varkensfokker (13 september 2007)

Lees ook Wettelijke varkensstaleisen rechtvaardigen voorziening niet zonder meer (30 november 2006)

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Breda, 24 juni 2008, AWB 07/2416

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.