Home

Achtergrond 227 x bekeken

Terbeschikkingstelling ook na opzeggen pachtcontract

De terbeschikkingstelling (tbs) na ontbinding van een pachtcontract kan voortduren omdat artikel 3.92 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 hierover een ruim begrip bevat, zo oordeelde de rechtbank van Haarlem op 10 april 2008. Een handelaar in vee en verwante producten zegde met terugwerkende kracht de pacht op aan een bv, waarvan hij zelf 90% eigenaar was. De fiscus zag in de pachtopzegging een belastbare waardestijging. De handelaar gaat hier tegenin en de rechter geeft hem gelijk vanwege de tbs-regel.

De handelaar (eiser) verpacht aan een bv vijf percelen grond, die voor 90% zijn eigendom waren en voor het overige van zijn vader waren. De grond viel voor de inkomstenbelasting onder resultaat overige werkzaamheden. Vanwege de slechte resultaten in de veehandel wil de handelaar zich toeleggen op een transportonderneming, terwijl zijn vader in de veehandel verder wil. De vader deed zijn belang in de bv aan de eiser over in 2002. De handelaar zegde in 2002 ook met terugwerkende kracht de pacht op van enkele percelen aan de bv per 31 december 2001. In 2005 zegde de eiser ook de pacht op met ingang van 31 december 2001 van de andere percelen, maar die neemt de vader dan in pacht.

De belastinginspecteur (verweerder) legt in 2006 een navordering op, omdat hij een waardestijging ziet bij het opzeggen van de pachtcontracten voor belastingjaar 2001. Vrij van pacht is grond immers meer waard. De handelaar stapte hierop naar de rechter.

De rechter oordeelt dat de bv de grond aan het einde van 2001 in gebruik had en hierover ook kan beschikken in het begin van 2002. Uit de parlementaire geschiedenis leidt de rechter af dat het ter beschikking stellen in artikel 3,92 van de inkomstenbelasting een zeer ruim begrip bevat. De rechtbank vernietigt dan ook de navorderingsaanslag.

De rechtbank zegt over artikel 3.92 uit de Wet Inkomstenbelasting het volgende:

Artikel 3.92, eerste lid, aanhef en onderdeel a, Wet IB 2001 luidt - voor zover van belang - als volgt: ‘1. Voorts wordt onder werkzaamheid mede verstaan: a. het rendabel maken van vermogensbestanddelen - daaronder begrepen de schulden die rechtstreeks samenhangen met die vermogensbestanddelen - voorzover deze vermogensbestanddelen al dan niet tegen vergoeding rechtens dan wel in feite, direct of indirect ter beschikking worden gesteld aan een vennootschap waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden persoon, een aanmerkelijk belang heeft als bedoeld in hoofdstuk 4 (Ȧ)’
4.3. In de parlementaire geschiedenis is omtrent de reikwijdte van het begrip ‘ter beschikking stellen’ het volgende opgemerkt (Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 17, p. 99):
‘(Ȧ) De leden van de VVD-fractie menen dat nog steeds niet duidelijk is wat de essentie is van het begrip ‘ter beschikking stellen’. (Ȧ) De ruime formulering ‘ter beschikking stellen’ is bewust gekozen om tot uitdrukking te brengen dat een economische benadering is beoogd. De civielrechtelijke vorm waarin de vermogensbestanddelen ter beschikking worden gesteld, bijvoorbeeld verhuur of (ver)bruikleen, is derhalve voor de beoordeling niet van wezenlijk belang. Van belang is met name of de aanmerkelijkbelanghouder de facto vermogen beschikbaar stelt aan de vennootschap. (Ȧ)’
Alsmede (Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 89, p. 10): ‘(Ȧ) Verder is in het eerste lid met de zinsnede ‘rechtens dan wel in feite’ verduidelijkt dat de bepaling ruim moet worden uitgelegd. (Ȧ)’

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘terbeschikkingstelling’

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Haarlem, 10 april 2008 (publicatie 30 juli 2008)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.