Home

Achtergrond 790 x bekeken

Procedure overdrachtsbelasting bij voorbehoud stille reserves

In de agrarische sector komt het veel voor dat onroerende zaken ingebracht worden in een samenwerkingsverband, zoals de maatschap, vof of cv. Hoofdregel bij zo’n inbreng van onroerende zaken is dat er overdrachtsbelasting verschuldigd is op het moment van inbreng. In veel gevallen kan er gelukkig gebruikt gemaakt worden van een vrijstellingsbepaling, maar niet altijd. Voor dit soort situaties is een lopende procedure bij de Hoge Raad van groot belang.

Vrijstellingsbepalingen zijn bijvoorbeeld aan de bedrijfsopvolgingsregeling van artikel 15, eerste lid letter b of de inbrengvrijstelling van artikel 15, eerste lid letter e WBR. Maar niet in alle gevallen kan een vrijstellingsbepaling gebruikt worden en is er wel degelijk 6% overdrachtsbelasting verschuldigd. Over dit soort situaties loopt een procedure bij de Hoge Raad. In geschil is waarover de 6% berekend moet worden. Moet de overdrachtsbelasting berekend worden over de waarde in het economische verkeer (standpunt staatssecretaris) of over de lagere waarde van het verkregen deel van de ingebrachte economische eigendom (standpunt belanghebbende en het hof van Den Haag).De aan de Hoge Raad voorgelegde zaak is kort samengevat de volgende:

B, enkele familieleden van B en X bv zijn een cv aangegaan. X bv treedt daarbij op als beherend vennoot en B en de familieleden als commanditaire vennoten. Deze laatste zijn minderjarig en hun ouders zijn aandeelhouders van X bv. De cv heeft als doel beleggen in vastgoed en projectontwikkeling.

Bij akte van inbreng is een onroerende zaak ingebracht in de cv waarmee X bv voldeed aan haar inbrengverplichting. In de aangifte overdrachtsbelasting is over de inbreng vermeld dat de verkrijging betreft (een onverdeeld aandeel in) de economische eigendom van bedoeld vastgoed. De inspecteur legde vervolgens naheffingsaanslagen op aan de commanditaire vennoten over het verschil tussen de waarde van de onroerende zaak in het economisch verkeer (€15.665.000) en de aangegeven waarde van het verkregene (€3.810.000).

Het hof geeft belanghebbende gelijk. Er is slechts overdrachtsbelasting verschuldigd over €3.810.000. De reden hiervoor is dat volgens het hof geen overdrachtsbelasting verschuldigd is over de voorbehouden stille reserves. De staatssecretaris heeft inmiddels beroep in cassatie ingesteld zodat het laatste woord aan de Hoge Raad is.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform Landelijke Landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘overdrachtsbelasting’

Meer informatie Uitspraak hof Den Haag, 11 april 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.