Home

Achtergrond 114 x bekeken 1 reactie

Krachtenbundeling startsein voor goede aardappelprijzen

Om betere aardappelprijzen te realiseren, moeten aardappeltelers eerst hun krachten bundelen. Keimpe van der Heide van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond denkt dat analisten van ABN-Amro dit aspect in een analyse over de sector over het hoofd ziet.

Bij het lezen van de analyse van ABN-Amro over de aardappelsector bekruipt mij het het gevoel "dit heb ik al meer gehoord". Al eerder zijn bijvoorbeeld de Rabobank en het LEI tot vergelijkbare conclusies gekomen. Al deze visies en analyses gaan voorbij aan de werkelijke problemen en komen daardoor met lapmiddelen als oplossing. De rapporten verdwijnen dus al vrij snel in de prullenbak.

Kijkend naar de consumptieaardappelmarkt constateren we dat de laatste vijftien jaar de prijs structureel te laag is. Dat komt vooral, omdat er in de meeste jaren teveel aardappelen zijn. Redelijke of goede aardappelprijs werden behaald in de jaren dat het aanbod door klimaatomstandigheden krap was.

Verder zien we bij de sectoranalyse dat de contractprijzen laag zijn en de contractvoorwaarden eenzijdig in het voordeel van de industrie.
Uit een in 2006 gepubliceerd onderzoek van het LEI (Visie op de aardappelkolom) bleek dat de positie van de teler in de markt erg zwak is en dat de teler voor de andere schakels in de keten nauwelijks een gesprekspartner is. Dus wat "samenwerken in de keten"?

Om succesvol te samenwerken moet de teler eerst een gelijkwaardige positie zien te bereiken. Anders leidt samenwerken tot eenzijdig voordeel van andere schakels in de keten. De telers moeten dus hun krachten bundelen. Niet alleen in Nederland, maar in heel Noordwest-Europa. Ze kunnen dan gezamenlijk met hun afnemers onderhandelen.

Bij de teelt voor de verwerkende industrie kunnen de telers door samen te werken renderende contractprijzen en betere contractvoorwaarden afspreken. Wanneer we uitgaan van goede prijzen, kan voor de verwerkende industrie ook 100 procent op contract geteeld worden via hectare-contracten. De industrie regelt dan via het contractvolume het aanbod. De industrie neemt hiermee dan ook het risico om alle gecontracteerde aardappelen voor de afgesproken prijs af te nemen op zijn nek. De teler neemt dan de rest van de risico’s (bijvoorbeeld kwaliteit) voor zijn rekening. Dan pas spreek ik van een eerlijke en gelijkwaardige samenwerking in de keten.
Omdat alle fritesaardappelen op contract zijn en dus worden afgenomen, zijn er geen "overaardappelen" meer. De tafelaardappelmarkt is daarmee veel overzichtelijker geworden. En de telers kunnen dan door gezamenlijk het aanbod te reguleren goede prijzen realiseren.

Administrator

Eén reactie

  • no-profile-image

    PLASJE

    ...30 jaar gevochten voor een goede telersprijs!...verloren!
    ...na 30 jaar 1 ding inzien nl. de consument betaalt voor een goed product! nl. direct aan afnemer (poters) en direct aan de consument (tafelaardappel)...
    ...na 30 jaar dus 5 man naar huis...
    ingekrompen en bezig alle mee-eters
    te elimineren ....!! en nu ... : aan allen
    die nog wel grootschalig piepers telen :
    bezie wat hr. Kaan en VTA voor U doet :
    en voor wie er net zo aan toe is als Plasje :
    ...beter 3 niche-markten en een boterham... dan 5 man aan het werk
    houden, een pens vol werk, kanker in je
    lijf en geen leven!!!! Denk daar maar eens over na en smijt al die schone onderzoeken en rapporten in de KLIKO!!!!
    Eerst de mee-eters afschaffen of zelf zodanig inkrimpen dat je ze kwijt bent!

Of registreer je om te kunnen reageren.