Home

Achtergrond 665 x bekeken

HIR tussen Wevab en vervanging landbouwgrond

Een bv verkoopt in 2001 3 hectare grond voor €857.000, terwijl de boekwaarde €30.000 was. De bv stopt het verschil geheel in de herinvesteringsreserve (HIR). De belastinginspecteur en het hof schrappen dit, omdat het verschil tussen boekwaarde en agrarische waarde onder de landbouwvrijstelling valt en de bv evenveel landbouwgrond terugkoopt. De Hoge Raad vindt dat de bv wel een HIR kan vormen van het verschil tussen boekwaarde en aanschafprijs van de vervangende grond van gelijke oppervlakte en economische functie.

De omstandigheid dat de bv voor een prijs van ongeveer de Wevab gelijkwaardige landbouwgrond kan kopen, sluit immers niet uit dat het herinvesteringsvoornemen van de bv was gericht op landbouwgrond waarvoor zij een (veel) hogere prijs zou moeten betalen dan de Wevab, zo vindt de Hoge Raad. De bv had interesse in naburige grond die ook een hogere prijs kende dan een normale landbouwkundige waarde.

De Hoge Raad is van oordeel dat de bv een herinvesteringsreserve mag vormen tot maximaal het verschil tussen de daadwerkelijk te maken aanschaffingskosten van de vervangende grond en de boekwaarde van de vervreemde grond. Het uitgangspunt van het hof dat de bv meer grond zou willen terugkopen is van een onjuiste rechtsopvatting dan wel een oordeel waarvan onderbouwing ontbreekt en dus onbegrijpelijk is. Het beroep in cassatie van de onderneming is gegrond. Een ander gerechtshof moet de zaak verder afhandelen met inachtneming van het arrest.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘HIR’

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad, 8 augustus 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.