Home

Achtergrond 117 x bekeken

Geen successierecht op levensverzekering van familie

Een uitkering uit levensverzekering tussen familieleden is niet belast met successierecht, volgens een uitspraak van de Hoge Raad op 11 juli 2008. Dit terwijl zowel de premies als de uitkering (uiteindelijk) afkomstig waren uit het vermogen van de erflater. Deze uitspraak geeft grote mogelijkheden voor de estate-planningspraktijk.

Een uitkering uit een levensverzekering is normaal gesproken belast met successierecht, op grond van artikel 13 Successiewet (SW) , ‘tenzij niets aan het vermogen van de erflater is onttrokken’. Nu heeft de Hoge Raad, in navolging van het hof van Den Bosch, beslist dat de uitkering uit een levensverzekering die is gesloten tussen de erflater en zijn partner, niet is belast met successierecht. Hier waren zowel de premies als de uitkering (uiteindelijk) afkomstig uit het vermogen van de erflater.

SituatieEen vermogende man van 46 jaar sloot in 1995 een overlijdensrisicoverzekering af met zijn 19 jaar jongere vriendin. De verzekering werd gesloten op het leven van de man en hij trad ook zelf op als verzekeraar. De vrouw, met wie hij een jaar later buiten iedere gemeenschap van goederen trouwde, zou op grond van deze verzekering een bedrag van (omgerekend) circa €900.000 ontvangen, indien de man vóór 21 december 2005 kwam te overlijden. De jaarlijkse premie bedroeg (omgerekend) circa €7.000. Om de hoogte van de premie vast te stellen had de man onder meer een medische keuring ondergaan. De premies werden voldaan uit jaarlijkse schenkingen van de man aan de vrouw.

Op 7 december 2000 overleed de man en ontving de vrouw circa €900.000 op grond van de overeenkomst van levensverzekering. De inspecteur legde vervolgens een aanslag successierecht op aan de vrouw over (onder meer) de verzekeringsuitkering onder aftrek van de door haar betaalde premies. De vrouw kwam hiertegen in bezwaar en ging – na afwijzing van het bezwaar – vervolgens in beroep.

In beroep
Het hof van Den Bosch stelde de vrouw in het gelijk en verminderde de aanslag. Opmerkelijk in deze zaak is dat een natuurlijk persoon optreedt als verzekeraar en dat de verzekeraar en de verzekerde dezelfde persoon zijn, maar dit neemt volgens de Hoge Raad niet weg dat de overeenkomst rechtsgeldig is. In cassatie werd ten slotte gesteld dat sprake is van fraus legis, dat wil zegen wetsontduiking. Dit wees de Hoge Raad af met een verwijzing naar de conclusie van het hof.

Niet belastingbesparing, maar de onzekere financiële toekomst van de vrouw in 1995 is de doorslaggevende reden geweest voor het aangaan van de overeenkomst. Daarbij speelde onder andere mee dat de man en vrouw in 1995 nog niet waren gehuwd, de vrouw geen erfgenaam was van de man, het testament van de man nog kon worden gewijzigd en dat het pensioen in eigen beheer ook nog onzeker was.

Kinderen
In een andere zaak van dezelfde familie ging het over een uitkering uit een overlijdensrisicoverzekering die de erflater met de kinderen afzonderlijk had gesloten. In die zaak besliste de Hoge Raad, in tegenstelling tot het hof, dat de uitkering aan de kinderen evenmin kan worden belast met successierecht. Met dezelfde motivering als in de procedure die de partner had aangespannen, besliste de Hoge Raad dat heffing op grond van artikel 13 SW niet mogelijk is. Verder concludeerde de Hoge Raad dat geen sprake kan zijn van strijdigheid met doel en strekking van de wet (fraus legis), aangezien artikel 13 SW speciaal voor dergelijke uitkeringen is geschreven, maar uitdrukkelijk niet van toepassing is als niets is onttrokken aan het vermogen van de erflater.

Conclusie
De Hoge Raad oordeelt dat geen successierecht kan worden geheven over de uitkering op grond van een tussen familieleden gesloten overlijdensrisicoverzekering. Dat de erflater daarbij optreedt als verzekeraar en de premies (via een schenking, uiteindelijk) afkomstig zijn van de erflater is niet van belang. Wel is van belang dat de verzekering op het overlijdensrisico is overeengekomen op zakelijke gronden, zodat geen sprake is van een bevoordeling. Daarbij moet de overeenkomst worden vergeleken met de verzekering die een professionele levensverzekeringsmaatschappij in een dergelijk geval zou zijn overeenkomen.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landelijke landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad, 11 juli 2008, nr. 43.527

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad, 11 juli 2008, nr. 43.547

Meer informatie Uitspraak Hof Den Bosch, 28 juli 2006, nr. 04/2570

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.