Home

Achtergrond 189 x bekeken

Geen heretikettering omdat latere aanslagen vaststaan

Twee ondernemers bouwden een bedrijfswoning op hun landbouwgrond. De ondergrond hadden ze overgebracht naar privé. Nu konden ze voor de bestemmingswijzigingswinst geen gebruik maken van de landbouwvrijstelling. Heretikettering van de ondergrond was niet meer mogelijk omdat latere belastingsaanslagen al vaststonden. De rechtbank van Haarlem deed deze uitspraak op 25 juni 2008.

Een man en een vrouw dreven in 1998 een fruit- en sorteerbedrijf in de vorm van een maatschap. In 1991 kochten de ondernemers 2,4 hectare landbouwgrond voor de fruitteelt en ze rekenden dit tot hun ondernemingsvermogen. In 1996 kregen ze een vergunning voor de bouw van een schuur op deze grond. In 1997 vroegen ze een vergunning aan voor een door henzelf te betrekken bedrijfswoning; die ze kregen op 18 februari 1998.

Volgens de jaarrekening van de maatschap over het jaar 1998 beschikte de maatschap over een perceel grond ter grootte van 2.32.25 hectare. Volgens deze jaarrekening is dat jaar 500 m² grond, met een boekwaarde van ƒ3.000, overgeboekt naar privé. Bij een taxatie op 20 juni 2000 namens de ondernemers en de belastinginspecteur bleek de woning op 1.000 m² te staan in plaats van 500 m². Het perceel is naar de toestand per 1 januari 1998 op een waarde in het economische verkeer (WEV) getaxeerd van ƒ400.000 en op een waarde in het economische verkeer bij een agrarische bestemming (Wevab) van ƒ9.000. De inspecteur stelde een aanslag vast met een bestemmingswijzigingswinst van ƒ391.000 (ƒ400.000 – ƒ9.000) waarvan ƒ27.000 al in de jaarrekening was verantwoord, zodat een er naheffing volgde over ƒ364.000.

Geschil
De tuinders gingen in beroep tegen de naheffing, omdat de overgang van een tot het ondernemingsvermogen behorende onroerende zaak naar privé om daarop vervolgens een bedrijfswoning te stichten, volgens hen geen belaste bestemmingswijzigingswinst oplevert. In geschil is of een heretikettering per 1998 mogelijk is van de ondergrond en de tuin van de gebouwde woning. De ondernemers wilden de ondergrond nu weer als ondernemersvermogen aanmerken om wel van de landbouwvrijstelling te profiteren. Verder betwisten de ondernemers of de aanslag over de juiste gegevens is berekend. Voorts is in geschil of de tuinders een beroep kunnen doen op het vertrouwensbeginsel naar aanleiding van een telefoongesprek.

Juiste gegevens
De rechtbank vindt dat de bestemmingswijzigingswinst terecht berekend is over 1.000 m2. De ondernemers stelden deze oppervlakte ter discussie omdat bij latere gelegenheden een andere oppervlakte is vastgesteld, maar de rechtbank ging hierin niet mee. Een deel van de 1.000 m² bleek later parkeerterrein te zijn.

Landbouwvrijstelling
Volgens de rechter is de landbouwvrijstelling niet van toepassing voor bestemmingswijzigingswinst op landbouwgrond als gevolg van de bouw van een (bedrijfs)woning (Hoge Raad 7 mei 2004, BNB 2004/335-338). Aangezien de aanslagen inkomstenbelasting over 1999 tot en met 2001 al vaststonden, kan gelet op het arrest van de Hoge Raad van 26 november 1986, BNB 1987/26 niet worden teruggekomen op de eerder gemaakte keuze de grond tot het privévermogen te rekenen, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn.

Bijzondere omstandigheden
De ondernemers stellen zich op het standpunt dat heretikettering van de ondergrond in 1998 mogelijk is omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden die een keuzeherziening per 1998 rechtvaardigen. Ze zien die bijzondere omstandigheden in de lange periode waarin onduidelijkheid bestond over de toepassing van de landbouwvrijstelling en ondergrond van een eerste bedrijfswoning. Die ziet de rechtbank nu niet. Er was aanvankelijk geen bedrijfswoning en die is intussen al wel gebouwd. De buren van de ondernemers kwamen wel in aanmerking voor heretikettering van hun woning, doch bij hen stonden latere belastingaangiften niet vast en betrof het een langer bestaande woning.

Vertrouwensbeginsel
Een telefonisch gesprek met de Belastingdienst op 1 mei 2005 om een overheidsbesluit af te wachten ziet de rechtbank niet als toezegging of bewuste standpuntbepaling. De ondernemers stelden dat verweerder het vertrouwensbeginsel heeft geschonden omdat de belastinginspecteur in dat telefoongesprek de gemachtigde van de ondernemers gezegd zou hebben dat ‘hij de zaak aanhoudt totdat het besluit er komt inzake de ondergrond woning’.

Slot
De rechter komt uiteindelijk tot de conclusie dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die heretikettering mogelijk maken, noch dat van verkeerde gegevens is uitgegaan bij berekening van de belastingsaanslag. Hij verklaart het beroep van de fruittelers ongegrond. Ze zullen hun belastingaanslag moeten betalen.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘bedrijfswoning’

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Haarlem, 25 juni 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.