Home

Achtergrond 533 x bekeken

Geen bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor beleggingsvermogen

De bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de successiewet geldt alleen voor ‘echt’ ondernemingsvermogen. Beleggingen komen daarom niet in aanmerking voor de faciliteit. De rechtbank van Breda bevestigde deze hoofdregel in de uitspraak op 9 juni 2008. De uitspraak is voor de agrarische sector van groot belang omdat bij een bedrijfsoverdracht vaak veel vermogen geschonken wordt aan de bedrijfsopvolger.

De aan de rechtbank Breda voorgelegde casus is samengevat als volgt:twee zussen zijn de enige erfgenamen van hun in het jaar 2002 overleden tante. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen in BV 1. Over de verkrijging van de aandelen BV 1 zijn de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van de successiewet toegepast.

In 2001 draagt BV 1 haar verhuurde panden over aan BV 2, waarvan BV 1 alle preferente aandelen hield. BV 2 is de koopprijs schuldig gebleven. In geschil is de vraag op welk deel van de waarde van de aandelen BV 1 de bedrijfsopvolgingsfaciliteit kan worden toegepast.

Naar het oordeel van de rechtbank kan over de waarde van de vordering van BV1 op BV2 de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet worden toegepast. Pas als het in de vordering belegde vermogen wordt aangewend ten behoeve van de ondernemingsactiviteiten is sprake van een verandering van het karakter van het activum. Omdat van een dergelijke aanwending op de sterfdatum van erflaatster geen sprake was, moet de vordering als beleggingsvermogen worden aangemerkt.

De verkoop van de panden aan BV 2 en de omzetting van de koopsom in een vordering hebben er slechts toe geleid dat het ene beleggingsactief is vervangen door een ander beleggingsactief.

Verder oordeelde de rechter dat bij de toepassing van de marge van 15% (die wel mag bestaan uit beleggingsvermogen) van art. 7a, lid 1, Uitv.reg. SW 1956 uitgegaan moet van de waarde van de aandelen en niet, zoals belanghebbende voorstaat, de waarde van de bezittingen van BV 2 zonder aftrek van de schulden. Wel mogen de belastingschulden die betrekking hebben op de vordering op BV 2 en de preferente aandelen in BV 2 in mindering gebracht worden op het beleggingsvermogen.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landelijke landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘bedrijfsopvolging’

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Breda, 9 juni 2008 (AWB 07/3226)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.