Home

Achtergrond 137 x bekeken

Duivensport wordt niet actief beoefend door de mens

De omzetbelasting kent een bepaling die diensten voor de sport vrijstelt van deze belasting. Voor de agrarische sector, waar sportbeoefening wordt aangeboden als nevenactiviteit of waar de agrariërs zelf deelnemen aan wedstrijden met hun vee of machines, deed de rechtbank van Haarlem op 30 juni 2008 een opvallende uitspraak. De mens moet zelf de fysieke inspanning leveren om diensten van sportorganisaties hiertoe vrij te stellen van btw.

Een overkoepelende organisatie van verenigingen voor duivensport verkoopt gemerkte ringen, waarmee de duiven geïdentificeerd worden en waarmee dienstverlening hieromheen mogelijk is, zoals de wedstrijdvluchten en terugbezorging van verdwaalde dieren. De organisatie dacht hiervoor vrijstelling te kunnen krijgen van de omzetbelasting: ‘Artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de Wet OB, uitgelegd in het licht van Richtlijn nr. 2006/112/EG stelt vrij de diensten door organisaties die zich de beoefening van sport of de bevordering daarvan ten doel stellen, aan hun leden’.

Ook is van belang Artikel 132, eerste lid, sub m, van de btw-richtlijn. Dit bepaalt dat sommige diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en die door instellingen zonder winstoogmerk worden verricht voor personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen, zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Aanvullende diensten die tot doel hebben de organisatie van inkomsten te voorzien, maar ook elders te krijgen zijn, zoals horeca, zijn niet vrijgesteld. Het laatste punt is echter niet in het geding.

De rechter gaf toe dat de ringen onontbeerlijk zijn bij de beoefening van de duivensport. Ook het product de ring zelf mocht als onderdeel van de samengestelde dienst beschouwd worden. De rechter vond echter dat de opsteller van de wet de bedoeling had de actieve beoefening, training en de daarbij beleefde ontspanning van de mens zelf te bevorderen.
“De fysieke inspanning die de duiven leveren is derhalve niet relevant bij de beoordeling of de duivenliefhebberij sport is voor de heffing van omzetbelasting.”

Gelet op het voorgaande verklaart de rechter het beroep van de duivensportkoepel ongegrond. Over de duivenringen blijft dus btw verschuldigd.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘nevenactiviteiten’

Lees ook Agrocount studiebijeenkomst: Paardenhouderij en de fiscus

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Haarlem, 30 juni 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.