Home

Achtergrond 206 x bekeken

Boeren en vogelbeschermen kunnen samen

Het gaat slecht met de vogels in het boerenland, meldt de vogelbalans van Sovon, Vogelonderzoek Nederland. Ze wil vogelbescherming en landbouw ontkoppelen. Ik denk daar anders over.

Ondanks de subsidies zitten de boerenlandvogels in de rode cijfers. Dat komt, aldus Sovon in de nieuwste vogelbalans, door de intensivering van het landbouwbedrijf en de toenemende aanslag op marginale grond ten gevolge van hogere landbouwprijzen. Er verdwijnen zo steeds meer broed- en schuilplaatsen. Agrarisch natuurbeheer schiet te kort, omdat de percelen te versnipperd liggen. Grondwaterpeil, vegetatiesamenstelling en voedselbeschikbaarheid worden op het moderne boerenland steeds belabberder.

Tips

Akkerranden bieden ideale broedplaatsen voor leeuweriken en bevorderen bovendien het voedselaanbod, maar ‘de schaal waarop de randen worden aangelegd (is) nog onvoldoende om invloed op de landelijke ontwikkeling te hebben’. De zogenoemde ‘leeuwerikveldjes’, blokjes van 4 bij 4 meter die verspreid in een tarweveld liggen, halen niets uit.
Sovon neigt ertoe het accent te verleggen van de boeren naar de reservaten. ‘Inzetten op alleen de zwaardere vormen van beheer levert meer op (…) niet landbouwopbrengsten moeten in deze gebieden sturend zijn, maar aantallen weidevogels’. Conclusie is dat boeren en vogelbescherming niet samengaan. Dat vind ik jammer.

Biologische aanpak

Ik denk dat ze wel samengaan. Hier volgen geheel gratis wat maatregelen die op ons bedrijf zijn doorgevoerd.
1. Niet spuiten. Het verhoogt de biodiversiteit en dat trekt voedselzoekende vogels aan. Bovendien: vogels kunnen best een beetje spuitmiddel hebben, maar het broed niet. Het is de vraag of de kuikens vruchtbaar zijn.
2. Graan zaaien met rijafstand van 30 centimeter. Hier kunnen kwartels en patrijzen, die beide bij ons broeden, goed scharrelen en wegrennen bij gevaar. In de gangbare teeltwijze, waarbij op 10 centimeter wordt gezaaid, staan de halmen voor de vogels te dicht op elkaar om weg te kunnen rennen.
3. Slootkanten laat of niet maaien. Te veel slootkanten worden gemaaid in juni, omdat dan de eieren zouden zijn uitgekomen. Leeuweriken hebben echter meer broedsels per jaar en ze moeten allemaal uitkomen om de leeuwerikenstand op peil te houden. Door de strenge waterschapsregels en de neiging van veel boeren om het ‘netjes’ te hebben, worden de kanten te vroeg, in juni dus, gemaaid. Begin augustus is mooier.
4. Nest localiseren en blijvend beschermen. Dat is nog het moeilijkste, constateerde een onderzoeker hier. Wanneer je schoffelt, verandert het grondoppervlak en de kieviten (hier 15 nesten in 2008) vinden hun nest niet goed terug. Bovendien zien predatoren hun kans wanneer de schoffelmachine bij een nest is opgetild. Van heinde en verre ziet de buizerd waar hij moet zijn.
5. Minimaal een perceel begroeid houden. Deze zomer hoorde ik de hele nacht buizerds en kieviten door elkaar heen schreeuwen. De andere dag zag ik de veren over het land dwarrelen. (Toen hier nog geen kassen stonden hoorde ik ’s nachts nooit vogels. Is er een verband?) Het is dus van belang in het voorjaar, als veel percelen nog onbegroeid zijn, een begroeid perceel of brede akkerranden in de buurt te houden, waar kieviten kunnen schuilen.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.