Home

Achtergrond 727 x bekeken

Besluit versoepelt faciliteit doorschuiven

Geruisloos doorschuiven is mogelijk als de nieuwe ondernemer de onderneming door bedingen overneemt via de nalatenschap, of als hij werknemer is geweest gedurende de voorgaande 36 maanden (ook bij seizoensmatige onderbrekingen) of als het belang bij de gezamenlijk gedreven onderneming overeenkomt met het belang bij de overgedragen zaken in het kader van en in samenhang met deze overdracht. Voorgaande is af te leiden uit het besluit van 18 juli 2008, nr. CPP2008/163M.

Overdracht gedeelte van onderneming
De beoordeling of er een zelfstandig deel van een onderneming wordt overgedragen vindt plaats vanuit de overdrager. Het deel dat wordt overgedragen hoeft bij de overnemer(s) geen zelfstandige onderneming te vormen. Van belang is slechts dat het overgenomen deel tot het ondernemingsvermogen van de overnemer(s) gaat behoren.

Overdracht aan voortzetter via erfgenamen
In het geval een firmant overlijdt en de overblijvende firmanten zijn onderneming krachtens een overnemings- dan wel toescheidingsbeding overnemen of krachtens verblijvingsbeding verkrijgen, kan de situatie zich voordoen dat de onderneming civielrechtelijk korte tijd eigendom is van de niet-voortzettende erfgenamen. Strikt genomen zou er dan afgerekend moeten worden over de stille reserves. De minister keurt nu goed dat geruisloze doorschuiving mogelijk is, hoewel het firma-aandeel van de overledene eerst tot de nalatenschap gaat behoren en de (niet-voortzettende) erfgenamen dit leveren aan de voortzettende firmanten.

De 36-maandeneis
De voortzetter van de onderneming moet 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de overdracht medeondernemer of ‘in de onderneming werkzaam’ zijn geweest. De woorden ‘in de onderneming werkzaam’ hebben geen betekenis. De minister keurt nu goed dat dit mag worden als ‘in dienstbetrekking bij de onderneming’. Voor de begrippen ‘werknemer’ en ‘dienstbetrekking’ wordt aangesloten bij de betekenissen volgens de Wet op de Loonbelasting 1964.

Seizoensarbeider volgt op
Op seizoensbedrijven komt het regelmatig voor dat de opvolger wel gedurende 36 maanden als werknemer aan de onderneming verbonden was, maar niet onafgebroken. Dat komt vaak voor bij bedrijven met seizoensmatige arbeidspieken, zoals campings of tuinbouwbedrijven. Voor dit soort situaties verleent de minister een goedkeuring dat dergelijke werknemers toch mogen overnemen met de doorschuiffaciliteit. Ze moeten dan elk jaar een of meer maanden bij het over te nemen bedrijf met een seizoenskarakter gewerkt hebben.

Reikwijdte arrest Hoge Raad 5 januari 2007, nr. 42.683
Hoewel het arrest is gewezen voor de toepassing van artikel 17 van de Wet IB 1964, vindt de staatssecretaris dat het arrest ook kan worden toegepast bij de beoordeling van de faciliteit van artikel 3.63 Wet IB 2001. Dit arrest is gewezen bij een zaak waarin de in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoot zijn buitenvennootschappelijk vermogen overdroeg aan de met zijn echtgenote gezamenlijk gedreven firma. De inspecteur en het hof vonden dat de man zijn onderneming staakte voor het deel dat naar zijn vrouw ging.

De Hoge Raad stelt dat een geruisloze overgang van buitenvennootschappelijk vermogen of voorbehouden stille reserves mogelijk is, als deze plaats vindt in duidelijke samenhang met en in het kader van een overdracht van een deel van de onderneming. De staatssecretaris vindt dat er sprake is van een overdracht ‘in samenhang met’ en ‘in het kader van’ in de zin van genoemd arrest, als na overdracht van een deel van de onderneming en de overdracht van buitenvennootschappelijk vermogen of voorbehouden stille reserves, het belang bij de gezamenlijk gedreven onderneming overeenkomt met het belang bij de overgedragen zaken. Anders dan door sommigen wordt aangenomen, biedt het arrest echter niet de ruimte voor een gefaseerde geruisloze bedrijfsoverdracht, zo zegt de staatssecretaris. Belanghebbenden kunnen situaties voorleggen aan de bevoegde inspecteur.

Tot besluit
Het besluit juli 2008, nr. CPP2008/163M vervangt het besluit van 24 mei 2004, nr. CPP2004/1225M op het gebied van de geruisloze doorschuiving in de zin van artikel 3.63 Wet inkomstenbelasting 2001. De onderdelen A5, B1, B5, D1 en D3 uit het besluit van 2004 zijn door de tijd achterhaald en komen te vervallen. Voor zover er in dit besluit goedkeuringen zijn opgenomen, verbindt de staatssecretaris hieraan de voorwaarde dat de verkrijger schriftelijk verklaart zich niet te beroepen op een onjuiste toepassing van artikel 3.63 Wet inkomstenbelasting 2001 ten gevolge van de goedkeuring. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit.

Lees ook Eindelijk: de partner mag in de maatschap

Lees ook Agrocount studiemiddag: Bedrijfsopvolging en de fiscus

Meer informatie Ministerie van Financiën, 18 juli 2008: Inkomstenbelasting. Geruisloze doorschuiving

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad, 5 januari 2007: arrest 42.683

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.