Home

Achtergrond 169 x bekeken

Wederzijdse belangen voor natuur en landbouw

Goede landbouwgrond wordt niet zo maar opgeofferd voor natuur, zegt de Zeeuwse gedeputeerde Frans Hamelink. Bij het bepalen van de inrichting van het landschap wordt gekeken naar alle belangen van zowel natuur als (verbrede) landbouw.

Kort geleden stond in de Provinciale Zeeuwse Courant een artikel, waarin gesuggereerd werd dat ik oproep om met name goede landbouwgrond aan te kopen voor natuurontwikkeling. De commotie die hierdoor ontstond, is kenmerkend voor de recente discussie over natuurontwikkeling op landbouwgrond. Hierbij lopen de emoties soms hoog op en krijgt het debat zelfs een morele lading: de aanleg van nieuwe natuur wordt aangemerkt als oorzaak van honger in de wereld. Het lijkt mij goed om de kwestie weer eens wat zakelijker en in de juiste proporties te bekijken en ik zal dat doen vanuit de Zeeuwse situatie.

Fundamenteel is het besef dat er een actief natuurbeleid nodig is. Als dat ontbreekt zal de achteruitgang van de natuur doorzetten en zal er uiteindelijk voor ons nageslacht een armzalige wereld overblijven. Deze zorgplicht is de basis van elk natuurbeleid. Daarnaast werkt investeren in natuur ook positief door in tal van andere, economische functies, zoals wonen en werken, recreatie, waterbeheer en zorg en gezondheid. De natuur echter louter economisch bezien mist de kern van de zaak en zou natuurbehoud maken tot een restpost van de landbouw, die bij stijgende graanprijzen als luxe terzijde geschoven kan worden.

Daarnaast wordt er een schijntegenstelling tussen natuurontwikkeling en landbouw gecreëerd. In Zeeland wordt ter realisering van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) 6.800 hectare nieuwe natuur aangelegd. De beste kansen liggen vooral op de lage gronden: op de grens van nat en droog, zout en zoet, zand en klei. En dat zijn nu net gronden die weinig geschikt zijn voor voedselproductie. Alleen voor een logische afronding van natuurgebieden wordt soms een beroep gedaan op goede landbouwgrond. Landbouw en natuur zijn dus grotendeels aanvullend en dat blijkt ook telkens weer bij onze vele landinrichtingsprojecten. Verzoeken van de landbouw voor extra natuurontwikkeling en uitruil illustreren het wederzijdse belang.

En wat de honger in de wereld betreft: die zaak ligt veel gecompliceerder dan het leggen van een simpele koppeling met natuurontwikkeling. Tal van functies vragen ruimte: woningbouw, wegen, recreatie. En ook de landbouw zelf verbreedt zich steeds meer, van louter voedselproductie tot bloementeelt, biobrandstof, manege of minicamping. Daarvoor hebben we in Nederland ruimtelijke ordening, waarin het zoeken naar evenwicht tussen alle belangen, inclusief natuur, voorop staat.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.