Home

Achtergrond 147 x bekeken

Vlaamse land- en tuinbouwers verdienden 10% meer in 2006

De Vlaamse landbouwers en meewerkende gezinsleden verdienden 10% meer met hun bedrijf in 2006 dan in 2005. Alleen de varkenshouders konden niet meedoen aan deze stijging. Hoge graanprijzen leidden tot hoge voerkosten. De tuinbouwers en hun gezinsleden verdienden in 2006 slechts 1,4% meer met hun bedrijf. Dit blijkt uit de laat gepubliceerde jaarlijkse analyse van de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij van Vlaanderen. Globaal lijken de cijfers op die in Nederland, maar met afwijkingen per sector.

Landbouw
De opbrengsten zijn gestegen met 5,2%. Dit is vooral toe te schrijven aan de inkomsten uit de marktbare gewassen en de overige opbrengsten. Bij de marktbare gewassen lagen de goede prijzen van aardappelen en graan aan de basis. Door de uitzonderlijke weersomstandigheden was het aanbod van veel akkerbouwproducten op de Europese markten kleiner dan normaal. De sterke toename van de overige opbrengsten (onder andere premies) heeft te maken met de hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in de suiker- en zuivelsector.

Aan kostenzijde noteerde men ook een verhoging (+3,2%), maar minder dan bij de opbrengsten. Het opvallendst in 2006 waren de stijgingen van de kosten voor veevoeders (in navolging van de krapte op de graanmarkt), energie en grond- en gebouwenkapitaal.

De inkomensverbetering is merkbaar in bijna alle geanalyseerde sectoren: akkerbouw (+19,7%), melkvee (+7,4%), rundvlees (+24,0%), maar de varkens zitten in de min (4,1% omlaag) maar varkenshouders hadden al een hoog inkomen. Ondanks hun inkomensverslechtering halen de varkenshouders in 2006 wel 50% meer bedrijfsinkomen. De vleesveesector komt in 2006 als minst rendabele landbouwbedrijfstak naar voren met 30% minder bedrijfsinkomen. Het gemiddelde bedrijfsinkomen per meewerkend familielid in de landbouw is €36.600, dus met 1,57 personen samen dan €57.500.

Tuinbouw
Gemiddeld voor alle tuinbouwbedrijven met beroepsmatig karakter is de rentabiliteit in 2006 iets toegenomen ten opzichte van 2005 (+1,4%). Dit resulteerde uit een daling bij de groentebedrijven (-1,5%) en een stijging bij de fruitbedrijven (+2,6%) en de sierteeltbedrijven (+5,5%). Wat de deelsectoren betreft, werden de voornaamste dalingen in het inkomen opgetekend bij de glasgroente-, aardbeien- en de snijbloemenbedrijven. De champignonbedrijven en azaleabedrijven deden het dan weer beter dan in 2005. In 2006 heeft de fruitsector gemiddeld het hoogste arbeidsinkomen en de snijbloemensector het laagste. Het bedrijfsinkomen per meewerkend familielid is €33.600, dus met 1,75 familieleden samen €58.900.

Berekeningen
De afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij van Vlaanderen maakt jaarlijks een technisch-economische analyse van de land- en tuinbouwactiviteit. De resultaten van 2006 berusten op de verwerking van de boekhoudgegevens van 652 Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven, die deel uitmaken van het Landbouwmonitoringsnetwerk. Het rentabiliteitsrapport 2006 verscheen pas in juli 2008 vanwege een volledige aanpassing van het proces van dataverzameling en rapportering. Het rentabiliteitsrapport 2007 verschijnt aan het einde van 2008.

De rekenmeesters in België maken onderscheid in familiaal arbeidsinkomen, arbeidsinkomen en bedrijfsinkomen. Het familiaal inkomen of het arbeidsinkomen van het gezin is gelijk aan het toegerekend loon voor de niet betaalde, regelmatig tewerkgestelde personen, vermeerderd met de winst of verminderd met het verlies. Het (totaal) arbeidsinkomen is het familiaal arbeidsinkomen vermeerderd met de betaalde lonen. Het bedrijfsinkomen is het familiaal arbeidinkomen vermeerderd met de toegerekende vergoeding op het eigen geïnvesteerde bedrijfs- en grondkapitaal.

Nederland in 2006
Voor Nederland in 2006 wist het LEI een gemiddeld gezinsinkomen te presenteren van €55.000, tegen €47.000 in 2005. Een stijging van 17%. Per bedrijf bedroeg het totale gezinsinkomen €68.000, wat meer is dan in de 5 jaar ervoor. Een kwart van dit inkomen wordt echter met activiteiten buiten het bedrijf verdiend. Doordat er veel bedrijven zijn met meer dan één ondernemer komt het inkomen per ondernemersgezin op €55.000; exclusief inkomsten buiten het bedrijf wordt het dan €41.000. De Vlamingen kwamen met dit bedrijfsinkomen per gezin uit op €36.600.

Voor beide landen werd veel spreiding gerapporteerd. De productiewaarde van de Nederlandse land- en tuinbouw steeg in 2006 met 6% (Vlaanderen 5,2%), vooral door hogere prijzen. De kosten stegen ook, maar minder sterk en ook golden er hogere subsidies.

De bevindingen in 2006 voor Nederland en Vlaanderen komen gemiddeld aardig overeen, maar niet voor de daling of stijging per sector. In Nederland golden toen als dalers in inkomen de melkveehouderij door dalende rundveeprijzen, de vleeskuikenhouderij die verlies leed na een zeer goed voorafgaand jaar, de vleeskalverhouderij en de Veenkoloniale akkerbouw (veel fabrieksaardappelen).

Lees ook LEI: gezinsinkomen stijgt behoorlijk, maar niet in alle sectoren

Meer informatie Departement van Landbouw en Visserij in Vlaanderen, 22 juli 2008: Rentabiliteitsrapport Land- en tuinbouw 2006

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.