Home

Achtergrond 152 x bekeken

Uitbreiding landbouwvrijstelling smaakt naar nog meer

Het Besluit van 27 mei 2008 over de landbouwvrijstelling bij het omzetten van kassen in gewone landbouwgrond heeft enkele problemen voor de Ruimte voor Ruimte-regeling opgelost. Nu doorpakken en ook de andere losse eindjes aan elkaar knopen, zo zou het devies moeten zijn. Dit is de laatste aflevering op Agrocount.nl over deze toepassing van de landbouwvrijstelling.

Belangstelling
De belangstelling voor deelname aan de Ruimte voor Ruimte-regeling (RvR) staat en valt met de fiscale afhandeling van een en ander. Met het genoemde besluit is veel kou uit de lucht gehaald. Toch staan er nog enkele vraagpunten open die afhandeling verdienen, bij voorkeur op de kortst mogelijke termijn.

Problematiek voormalig ondernemers
In veel gevallen waarin iemand besluit om mee te doen met de regeling, heeft hij zijn onderneming in een (al dan niet recent) verleden gestaakt. Als deze staking plaatsvond kort voor deelname aan de regeling, zijn verkregen bouwrechten belast, zo oordeelde de belastingrechter eerder. Dat is te begrijpen als de periode tussen staken en deelnemen beperkt is. Maar wat als die periode 5 jaar bedraagt? Of 10? Of 15? Is in alle gevallen dan sprake van een nagekomen bedrijfsbate? Of heelt tijd ook alle fiscale wonden? Ook hier zou enige duidelijkheid de praktijk veel moeite en kosten besparen, met zonder twijfel als gevolg meer animo tot deelname.

Nagekomen bate
Als sprake is van een nagekomen bate dient men zich te realiseren dat deze belast is tegen het gebruikelijke tarief, maar dat op deze bate mogelijk nog wel stakingsfaciliteiten van toepassing zijn. Zo kan – ook voor inmiddels oudere (70-plus) ondernemers – nog een lijfrente worden bedongen. De toepasselijke stakingsvrijstelling – voor zover nog niet gebruikt natuurlijk – van €3.630 moet niet vergeten worden.

Problematiek niet-ondernemers
Aan de regeling kan ook worden meegedaan door ‘nooit-ondernemers’. Dat kan wat anders zijn dat een niet-ondernemer, omdat de laatstbedoelde figuur vaak wel ondernemer is geweest, maar inmiddels gestaakt heeft. Een nooit-ondernemer is – dat dacht u al – nooit (agrarisch) ondernemer geweest. Denk aan de gemeenteambtenaar die graag buiten wilde wonen, daar een boerderijtje met bijgebouwen heeft gekocht en opeens tot zijn stomme verbazing in de prijzen valt bij de RvR-regeling. Van de landbouwvrijstelling zal deze persoon geen last hebben, maar de dreiging van belastingheffing over zijn door deelname aan de regeling behaalde voordeel is – zo blijkt uit recente rechtspraak – verre van denkbeeldig. Een aanschrijving over de problemen van deze groep zou plezierig zijn. Die aanschrijving is naar verluidt in concept gereed, maar nog niet gepubliceerd.

Pachters
Over de verdeling van melkquotum tussen pachter en verpachter is lang gevochten, en ook voor bieten is er nog geen duidelijkheid. Aan wie komen de bouwrechten toe in geval de pachter en verpachter (waarschijnlijk samen) besluiten om deel te nemen aan de regeling? Toestemming en medewerking van beiden zal hiervoor nodig zijn. Moeten partijen het onderling regeling of verdient hier een vaste verdeling de voorkeur?

HIR
De herinvesteringsreserve is niet van toepassing voor stakende ondernemers. En toch wordt vaak aan de RvR-regeling deelgenomen in combinatie met de beëindiging van het bedrijf. Zeker indien de ex-ondernemer het verkregen recht niet verkoopt, maar besluit om zelf in de nieuw te bouwen woning te gaan wonen, kan de directe afrekening hierover problemen veroorzaken. Een oplossing voor deze problematiek zou zijn het bouwrecht laten delen in de betalingsuitstelregeling van artikel 25 16de lid van de Invorderingswet? Een bouwrecht is weliswaar nog geen eigen woning, maar kan dat heel goed wel worden.

Ook voor niet-stakende ondernemers is het maar zeer de vraag of zij een beroep kunnen doen op de HIR dan wel dat deelname tot onmiddellijke afrekening leidt over de verkregen bouwrechten. De HIR mist mogelijk toepassing doordat een vervreemding ontbreekt. Men sloopt slechts en/of levert in. Het bestempelen van deelname aan de RvR-regeling tot een fictieve vervreemding lijkt een voor de hand liggende zaak. Al moet die oplossing wel op Staatssteun-aspecten worden onderzocht.

mr. S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de Gibo Groep en voorzitter van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs

Lees ook Uitbreiding landbouwvrijstelling smaakt naar meer

Lees ook Toepassing landbouwvrijstelling uitgebreid

Meer informatie Ministerie van Financiën: Besluit 277 mei 2008, Inkomstenbelasting; Winst; landbouwproblematiek

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.