Home

Achtergrond 227 x bekeken

Nu aftrek vanaf aanwijzing als rijksmonument

De staatssecretaris van Financiën keurt goed dat ook de uitgaven voor monumentenpanden en -tuinen aftrekbaar zijn in de periode tussen de definitieve aanwijzing als rijksmonument en de inschrijving in het monumentenregister. Eerder was alleen aftrek mogelijk na deze inschrijving. De goedkeuring is onderdeel van het besluit van 16 juni 2008 (nr. CPP2008/68M). Het besluit voorziet in mogelijkheden voor aftrek en een laagrentende lening.

Uitgaven voor monumentale panden zijn alleen aftrekbaar voor rijksmonumenten, de zogenoemde monumentenpanden. Niet aftrekbaar zijn uitgaven voor gemeentelijke monumenten of voor een schip dat staat ingeschreven in de schepenlijst van het Nationaal Register Varende Monumenten. De uitgaven voor een aanhorigheid zijn wel aftrekbaar als de aanhorigheid als zelfstandige eenheid is genoemd in de redengevende omschrijving van een rijksmonument. Dit geldt ook als het pand, waar de aanhorigheid tot behoort, zelf niet is ingeschreven. De uitgaven voor het pand zelf zijn dan uiteraard niet aftrekbaar.

Nog niet ingeschreven
Uitgaven voor panden die betrekking hebben op de periode vóór de inschrijving in het monumentenregister, zijn niet aftrekbaar. Voordat een monument kan worden ingeschreven, wordt het monument eerst aangewezen als beschermd monument. Tegen de aanwijzing als beschermd monument mag binnen 6 weken bezwaar worden gemaakt. De aanwijzing is definitief als binnen die periode geen bezwaar is ingediend. Vervolgens wordt het pand ingeschreven in het monumentenregister. Vanaf dat moment is sprake van een monumentenpand waarvan de uitgaven aftrekbaar zijn.

De staatssecretaris keurt nu met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) goed dat:
“ook de uitgaven voor monumentenpanden aftrekbaar worden gebracht die zijn gedaan in de periode vanaf het moment dat de aanwijzing definitief is geworden tot de datum van inschrijving in het monumentenregister.”

Onderhoudswerkzaamheden
Niet aftrekbaar zijn de zogenoemde huurderslasten, zoals tuinonderhoud, behangen, binnenverf- en witwerk en kleinere reparaties (Hoge Raad, 5 oktober 1988, rolnr. 25 613, BNB 1988/321). Hierna behandel ik onder 3.1 en 3.2 de uitgaven van binnenschilderwerk en de uitgaven voor tuin of parkaanleg.

Uitgaven voor binnenschilderwerk kunnen wel in aanmerking komen als het schilderwerk samenhangt met ander onderhoud dat tot aftrek leidt, bijvoorbeeld bij lekkages, optrekkend vocht, vervanging van ramen, leidingen. Dat geldt ook voor schilderwerk van bijzondere monumentale onderdelen, dat zo arbeidsintensief is dat een huurder de hoge kosten daarvan niet meer voor zijn rekening neemt.

Uitgaven voor een tuin- of parkaanleg zijn aftrekbaar als de aanleg als beschermd monument of als onderdeel van een beschermd monument is ingeschreven in het monumentenregister. Ook voor nog niet ingeschreven tuinen is een dergelijke aftrekregeling goedgekeurd. Voor de aftrek van tuinkosten geldt een drempel. De staatssecretaris verzoekt de Belastingdienst voorkomende gevallen in overleg met het Bureau Monumentenpanden te behandelen. Aan de hand van de ervaringen wordt dan beoordeeld of er mogelijk algemene uitgangspunten zijn te formuleren voor de te hanteren drempel.

De uitgaven komen in aftrek in het jaar waarin zij zijn betaald of anderszins in aanmerking worden genomen op grond van artikel 6.40 van de Wet IB 2001. Op verzoek kan ambtshalve vermindering worden verleend voor de aftrek van uitgaven voor een monumentale tuin. Hierbij gelden de gebruikelijke voorwaarden voor ambtshalve vermindering.

Meegekochte onderhoudskosten of verplichtingen
Onderhoudskosten van monumentenpanden zijn in beginsel aftrekbaar. Dit wordt niet anders als het monumentenpand wordt gekocht met de bedoeling onderhoud te verrichten. Als de koper het onderhoud niet zelf verricht, kan dit leiden tot de vraag of de kosten voor hem aftrekbaar zijn. Kosten die samenhangen met de verwerving van de woning, zijn namelijk bronkosten. Bronkosten zijn geen aftrekbare uitgaven voor monumentenpanden. Nadat is vastgesteld dat sprake is van aftrekbare monumentenuitgaven (objectief), komt de vraag op aan wie de aftrekbare kosten kunnen worden toegerekend (subjectief). Deze beoordeling is afhankelijk van de gesloten overeenkomst(en).

Onderscheidend criterium is wie het onderhoud voor zijn rekening neemt. Als de koper de kosten betaalt, heeft hij in beginsel recht op aftrek. Zelfs als de verkoper het onderhoud uitvoert of laat uitvoeren, kunnen het kosten voor de koper zijn. Als de verkoper het onderhoud uitvoert of laat uitvoeren en (de kosten met de koopsom van het pand) in rekening brengt bij de koper, heeft de koper echter geen recht op aftrek. De kosten zijn voor de koper dan niet-aftrekbare bronkosten. De kosten kunnen dan aftrekbaar zijn bij de verkoper.

Drempel
Voor de aftrek geldt een drempel in de vorm van een jaarbedrag. Ook als de woning niet het gehele jaar in bezit is, geldt de volledige jaardrempel. Fiscale partners mogen de uitgaven samentellen. De drempel wordt berekend over de gezamenlijke waarde. Bij niet-fiscale partners neemt ieder zijn eigen uitgaven over zijn aandeel in het monument. Bij een tweede woning die ter beschikking staat, wordt de drempel berekend aan de hand van de waarde in het economische verkeer in plaats van de WOZ-waarde. Bij een gedeeltelijke verhuur worden kosten gespitst in het deel voor eigen gebruik en voor verhuur (box 3).

Fiscale duidelijkheid vooraf bij restauratie
Eigenaren van een rijksmonument met plannen voor de restauratie of (groot) onderhoud van hun monument kunnen vooraf duidelijkheid verkrijgen over de fiscale gevolgen van deze voorgenomen werkzaamheden. De eigenaar doet daarvoor een verzoek bij het Bureau Monumentenpanden. Deze regeling heeft alleen betrekking op monumentenpanden en -tuinen die zijn ingeschreven in het monumentenregister. Het Bureau Monumentenpanden stelt voor de uitgaven voor monumentenpanden en monumentale tuinen de hoogte van de fiscaal aftrekbare onderhoudskosten vast voor de heffing van de inkomsten- en vennootschapsbelasting.

Laagrentende lening
Door het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim) heeft de vaststelling door het Bureau Monumentenpanden ook niet-fiscale gevolgen. Via het Restauratiefonds kan de eigenaar dan met een beroep op het Brim een laagrentende lening krijgen. Het Restauratiefonds verstrekt ook leningen aan eigenaren voor wie aftrek van monumentuitgaven niet mogelijk is, zoals niet-belastingplichtige eigenaren of als fiscaal sprake is van een nieuwe bron van inkomen. Het Bureau Monumentenpanden stelt dan vast welk deel van de kosten - fictief - als onderhoudskosten zou worden aangemerkt bij aftrek van monumentenuitgaven.

Aanvragen
Het aanvraagformulier voor het verzoek is verkrijgbaar bij het Bureau Monumentenpanden (doorkiesnummer 033-450 52 77) of te downloaden bij www.belastingdienst.nl. Op het aanvraagformulier is aangeven welke gegevens voor deze beoordeling noodzakelijk zijn.

Het verzoek moet zijn gedaan vóór de aanvang van de eerste werkzaamheden in het kader van de uitvoering van het restauratieplan. Bovendien mag met deze feitelijke uitvoering van het restauratieplan pas worden gestart nadat de situatie ter plekke onderzocht is door een restauratiespecialist van de Belastingdienst, tenzij het Bureau Monumentenpanden schriftelijk heeft meegedeeld dat een dergelijk onderzoek niet zal plaatsvinden.

Beslissing
Het Bureau Monumentenpanden neemt nadat het verzoek compleet is ingediend, binnen 10 weken een beslissing over de fiscale gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden. Als het Bureau Monumentenpanden niet binnen de termijn van 10 weken een beslissing kan nemen, stelt het bureau de eigenaar daarvan schriftelijk in kennis onder vermelding van de datum waarop de beslissing kan worden verwacht. Het Bureau Monumentenpanden raadpleegt voor de vaststelling van de fiscale gevolgen eventueel de bevoegde regio van de Belastingdienst.

De staatssecretaris heeft het Bureau Monumentenpanden gemachtigd om een standpunt in te nemen namens de inspecteur die bevoegd is voor de eigenaar. Het standpunt van het Bureau Monumentenpanden is echter alleen bindend als is voldaan aan de voorwaarden en er geen wijziging optreedt in de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de beslissing van het Bureau Monumentenpanden.

In andere gevallen kan het Bureau Monumentenpanden in zich daartoe lenende gevallen vooraf nog wel een advies afgeven. Het advies is dan echter niet bindend voor de bevoegde inspecteur.

Het Bureau Monumentenpanden deelt de beslissing of het advies schriftelijk mee aan de betrokken eigenaar. Het bureau stuurt dan ook een afschrift van de beslissing of het advies aan de betrokken kantoren van de Belastingdienst. Mits de aanvrager daarin toestemde, zendt het bureau tevens een afschrift zenden aan de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) en het Restauratiefonds.

De beslissing heeft het karakter van een mededeling en is dus niet een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking. Nadat de beslissing is verwerkt in een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting kan de eigenaar tegen die aanslag op de gebruikelijke wijze in bezwaar of beroep gaan.

Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2008. Dit besluit is een actualisering van het besluit van 11 mei 2006, nr. CPP2005/2575M De onderdelen 4 en 5 van het oude besluit hebben door wetswijziging per 1 januari 2008 hun belang verloren.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘monumenten’

Meer informatie Ministerie van Financiën, 16 juni 2008: Inkomstenbelasting. Aftrek van uitgaven voor monumentenpanden

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.