Home

Achtergrond 110 x bekeken

Kloonellende

De kloonpraktijk zoals we die nu kennen in Europa, maar ook elders op de wereld is verre van volmaakt. Dit is nog maar zwak uitgedrukt.

Hooguit negen procent succes bij het gebruik van kloon-embryo's van runderen en nog slechters resultaten bij andere diersoorten maakt niet vrolijk. Tel daarbij de problemen die draagkoeien krijgen met de doorgaans te zware klonen in hun lijf, de hoge sterfte onder zowel gekloonde kalveren als biggen en de vele lichamelijke problemen die de gekloonde dieren hebben en het beeld is duidelijk genoeg: Wie al geen ethische bezwaren heeft tegen het klonen van dieren moet nu toch op de rem trappen.

De Europese voedselautoriteit Efsa beveelt terecht aan om dat dus ook te doen. De kloontechniek mag dan een technologisch hoogstandje zijn, het is wel een techniek met - om het oneerbiedig te stellen - nog heel veel misproducties. De wetenschappers die er mee bezig zijn, weten dat zelf wel, maar blijkbaar is het nog geen grote stimulans om hun technieken eerst verder te verbeteren en vervolgens pas door te gaan. Dat komt misschien omdat ze als wetenschappers de nodige experimenteerruimte hebben. Als veehouders werkten met een dergelijke onvolkomen techniek, was de kritiek niet van de lucht. Wat mogelijk ook meespeelt is dat weinig mensen weten van de kloonpraktijk. Hoe dan ook, het is van belang dat een einde komt aan deze kloonellende. Of het wordt stoppen, of de techniek snel verbeteren.

Agrarisch Dagblad

Of registreer je om te kunnen reageren.