25 jul 2008

Artikel

Klonen doet aanslag op draagkoe en kalf


Het klonen van runderen doet een zware aanslag op zowel het welzijn van de draagkoe als op dat van het kalf dat middels klonen ter wereld wordt gebracht.
001_boerderij-image-AGD117916I01.jpg

Dit blijkt uit de studie van de Europese voedselautoriteit Efsa. Hoewel het klonen van runderen gemiddeld succesvoller verloopt dan het klonen van andere dieren, is het slagingspercentage erg laag. Slechts 9 procent van de embryo’s komt als levend kalf ter wereld. 7 procent leeft nog naar de eerste drie maanden. Van de eenmaal geboren kalveren sterft ruim 40 procent voordat ze 150 dagen oud worden.

Vergeleken met gewone kalveren beleven klonen een moeizame start. Ten eerste zijn de gekloonde dieren vaak te groot. Daardoor verloopt het afkalveren moeizaam. Vaak is een keizersnede nodig. Dat doet een zware aanslag op het welzijn van de draagkoe.
Eenmaal ter wereld blijken veel klonen te kampen met afwijkingen. Bijna 40 procent van de kalveren heeft een vergrote navel en navelstreng, 20 procent heeft ademhalingsproblemen, 20 procent van de kalveren komt moeizaam op de been en in een enigszins gewoon levensritme. Ook ruim 20 procent heeft spier- en peesproblemen.

Onderzoek van de organen van gekloonde kalveren wees naast zwakke longen ook op abnormale ontwikkeling van de nieren en vervetting van de lever. De lever en het hart bleken ook zwaarder dan bij gewone kalveren.
Over de gezondheid van de klonen na de eerste levensfase is relatief weinig bekend. De dieren die overleven, lijken relatief gewoon te functioneren, al zijn er aanwijzingen dat ze later seksueel rijp zijn dan gewone dieren.

Over hun levensverwachting is heel weinig bekend. Van de naar schatting ongeveer 4.000 runderklonen die er nu rondlopen op de wereld, zijn er maar enkele zes of zeven jaar oud geworden. Ze worden doorgaans eerder geslacht.

door Klaas van der Horst 25 jul 2008 laatste update: 25 jul 2008