Home

Achtergrond 1105 x bekeken

Bergboeren willen van af van natuurbeheer

Ruim 6.000 boeren in Nederland maken gebruik van de bergboerenregeling. Hun bedrijven liggen in probleemgebieden met natuurlijke handicaps, zoals hoog waterpeil, kleine percelen en schaduwwerking door boomsingels en overstromingen belemmeren een optimale bedrijfsvoering. In Nederland is de bijdrage gekoppeld aan actief beheer van natuur en landschap. Veel agrariërs willen van het laatste af, zo blijkt uit een enquête van het LEI.

Doel bergboerenregeling
Het EU-probleemgebiedenbeleid bestaat sinds 1975. In Nederland wordt dit beleid vaak aangeduid als de bergboerenregeling. Het beleid beoogt de voortzetting van het gebruik van de landbouwgrond en de instandhouding van duurzame landbouwsystemen in probleemgebieden. De bergboerenregeling probeertdeze doelen te bereiken door het verlenen van een vergoeding, die dient als compensatie voor de belemmeringen van natuurlijke handicaps. Er zijn vier verschillende typen probleemgebieden:

  • 1. berggebieden;
  • 2. andere probleemgebieden;
  • 3. gebieden met specifieke handicaps;
  • 4. gebieden met milieubeperkingen vanwege de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water.
Sinds 2000 maakt de bergboerenregeling deel uit van het EU-plattelandsbeleid.

Ligging probleemgebieden
Op basis van natuurlijke handicaps onderscheidt Nederland vijf typen probleemgebieden:

  • 1) diepeveenweidegebieden;
  • 2) kleinschalige zandlandschappen;
  • 3) beekdalen en overstromingsgebieden;
  • 4) uiterwaarden;
  • 5) hellingen.
De kaart van probleemgebieden in Nederland kent vele vlekken verdeeld over het land. De grootste concentratie zit in het Groene Hart met veel diepeveenweide, gevolgd door de hellingen in Zuid-Limburg en het kleinschalig zandlandschap in het oosten van Friesland en het westen van Groningen. In totaal wees Nederland 233.000 hectare als probleemgebied aan, wat overeenkomt met circa 10% van het landbouwareaal.

Bergboeren in de EU
In vergelijking met ander EU-lidstaten heeft Nederland weinig bergboeren. Samen met België, Denemarken en Hongarije zit Nederland de groep van lidstaten die minder dan een vijfde van het landbouwareaal als probleemgebied heeft aangewezen. De meeste EU-lidstaten hebben meer dan 40% van het landbouwareaal als probleemgebied aangewezen, oplopend tot 100% in Luxemburg en Finland.

Koppeling aan agrarisch natuurbeheer
Nederland geeft een geheel eigen invulling aan het probleemgebiedenbeleid. Als enige EU-lidstaat koppelt Nederland het passieve beheer van natuurlijke handicaps aan actief beheer van natuur en landschap. Door deze koppeling konden de kosten voor actief beheer omlaag. Deze koppeling betekent dat boeren alleen bergboer worden als ze meedoen aan de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN). In 2006 werd slechts op een derde van het begrensde areaal probleemgebied een bergboerenpremie ontvangen, aangevraagd door ruim 6.000 bergboeren. De jaarlijkse bergboerenpremie is €94 per hectare. In 2007 is de koppeling beperkt losgelaten.

Bijdrage aan inkomen varieert
Uit een enquête onder 60 ondernemers met een bergboerenregeling komt naar voren dat het aantal hectares waarvoor een bergboerenpremie wordt ontvangen, varieert tussen de vijf typen probleemgebieden. De ondervraagde bedrijven in de diepeveenweidegebieden en het kleinschalig zandlandschap krijgen gemiddeld voor 40 hectare een premie, in de uiterwaarden voor 30 hectare en de bedrijven in de beekdalen hebben slechts voor 10 hectare een premie.

Naar schatting is de gemiddelde bijdrage van de bergboerenpremie aan het inkomen uit bedrijf het hoogst in de diepeveenweidegebieden (18%), gevolgd door het kleinschalig zandlandschap (14%) en de uiterwaarden (12%). In de beekdalen en overstromingsgebieden en op de hellingen beloopt deze bijdrage slechts 3%. Driekwart van de ondervraagde boeren in de diepeveenweidegebieden en het kleinschalige zandlandschap vindt dat de bergboerenpremie een positieve bijdrage levert aan de continuïteit van hun bedrijf, tegen ruim de helft in de uiterwaarden en slechts een kwart in de beekdalen en op de hellingen.

Trots op landschap maar ergernis over uitvoering
Veel boeren in de probleemgebieden houden van ‘hun landschap’ en hebben de natuurlijke handicaps in hun bedrijfsvoering ingepast, zo blijkt uit de enquête. Vanuit die houding staan ze ook positief tegenover agrarisch natuurbeheer. Veel ondervraagde boeren zeggen echter dat ze controle op de naleving door de overheidsinstanties zo frustrerend vinden, dat ze stoppen met de SAN na afloop van hun huidige contract. Ook denken boeren vaak ten onrechte dat fouten in het beheer volgens SAN gevolgen hebben voor de overige bedrijfstoeslagen. Ook stijgen de opbrengstprijzen van de landbouwproducten, zodat de gewone landbouw aantrekkelijker wordt. Als de koppeling van de bergboerenregeling aan de SAN blijft, raken ze zo bergboer af.

LEI onderzoek
Het ministerie van LNV benaderde het LEI in 2007 met de vraag of het onderzoek wilde doen naar de bijdrage van de bergboerenregeling aan het inkomen van bergboeren en het in stand houden van de natuurlijke handicaps. Het inzicht in de situatie van bergboeren in Nederland wil het ministerie graag gebruiken in de discussie met de Europese Commissie over de herbegrenzing van probleemgebieden. Op 24 juli bracht het LEI resulterend rapport uit met de titel: ‘Bergboeren in Nederland: tegen wil en dank?’

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘landschap’

Meer informatie LEI Wageningen UR, 24 juli 2008: Bergboeren in Nederland

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.