Home

Achtergrond 110 x bekeken

Aandeel in Canadese maatschap blijkt een lening

Emigrerende boeren maken soms gebruik van de besloten vennootschap om fiscaal vriendelijk te investeren in de nieuw op te starten onderneming in het buitenland. Zo’n bv kan inderdaad goede diensten bewijzen, maar dan moet de oprichting van de bv en verdere begeleiding wel goed zijn. Dat dit niet in alle gevallen gebeurt, blijkt maar weer eens uit een recente uitspraak van de rechtbank Breda. De (voormalige) adviseurs van de bv spraken in dit geval elkaar zelfs tegen met alle gevolgen van dien.

De rechter oordeelt dat er in dit geval niet geïnvesteerd wordt in een Canadese maatschap. Er wordt slechts een lening verstrekt. Dit heeft dan weer als gevolg dat de fiscale winstberekening heel anders uitpakt. Gelukkig voor de bv verlaagt de rechtbank de opgelegde boete. De door de rechtbank beoordeelde zaak is kort samengevat de volgende:

Een bv heeft drie aandeelhouders. Twee van de drie aandeelhouders emigreerden naar Canada, waar zij een agrarische onderneming begonnen. In de jaarrekening en de aangifte vennootschapsbelasting van de bv staat onder financiële vaste activa een aandeel in een Canadees maatschapsvermogen vermeld.

De (toenmalige) adviseur van belanghebbende heeft in brieven aan de inspecteur meegedeeld dat volgens hem sprake was van een geldlening en dat geen schriftelijke overeenkomst tot samenwerken tot stand was gekomen. De inspecteur is van oordeel dat geen sprake is van een aandeel in een maatschapsvermogen, maar van een lening en verhoogt de belastbare winst met rente van 9% en een koersresultaat.

De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een aandeel in een maatschapsvermogen en verwijst onder meer naar de brieven van de adviseur. Er is sprake van een vordering waarbij onafhankelijke partijen een rentevergoeding zouden zijn overeengekomen. De rechtbank stelt de rente in goede justitie vast op 6,5%.

Het koersresultaat wordt berekend aan de hand van de werkelijke koers van de Canadese dollar. Voor 2002 komt het belastbaar bedrag daardoor lager uit dan de in de aangifte aangegeven belastbare winst en de rechtbank vernietigt daarom de boetebeschikking. Voor 2000 en 2001 acht de rechtbank opzet bewezen, maar vermindert de vergrijpboete met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform Landelijke Landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘emigratie’

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Breda, 4 juni 2008, AWB 05/4801

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.