Home

Achtergrond 144 x bekeken

Verhuizen naar Duitsland is einde oefening in Nederland

Agrocount schreef op 21 september over een aankomend hoger beroep. Een melkveehouder mocht van de rechtbank een herinvesteringsreserve (HIR) vormen na verkoop van zijn melkveebedrijf in Nederland en verhuizing met zijn koeien en machines naar een boerderij in Duitsland. Mr. S.F.J.J. Schenk schrijft nu over het verloop en de gevolgen van het hoger beroep.

Rechtsverloop
Rechtbank Leeuwarden deed vonnis op 23 maart 2007 met nummer 06/01006. Het artikel van Agrocount op 21 september 2007 (Hoger beroep tegen uitspraak afboeking HIR ‘in’ Duitsland) maakte in de titel al melding van het feit dat de beslissing van de Rechtbank zou worden voorgelegd aan het Gerechtshof. En terecht naar nu blijkt, want het Hof Leeuwarden vernietigde bij arrest van 30 mei 2008, nr. 07/00053 de eerdere beslissing van de Rechtbank en stelde de inspecteur in hoger beroep in het gelijk.

Feiten
Een melkveehouder dreef in Nederland een melkveehouderij. In 2005 verhuisde hij naar Duitsland, waar hij (vanzelfsprekend op een andere locatie) een melkveehouderij bleef exploiteren. Het Nederland melkquotum werd verkocht evenals – met uitzondering van ongeveer 10 hectare – zijn land. De koeien mochten mee de grens over. In Duitsland aangekomen werden vee, melkquotum en land gekocht en gepacht.De met de verkoop in Nederland behaalde winst werd door belanghebbende ondergebracht in een herinvesteringsreserve, met langdurig belastinguitstel tot gevolg. De vraag die zich voordeed was of dat kon: als de onderneming enkel was verplaatst, dan was de vorming van een HIR mogelijk. Was de Nederlandse onderneming gestaakt en een nieuwe Duitse onderneming opgestart, dan was vorming van een HIR niet mogelijk. De Rechtbank was van mening dat enkel sprake was van een verplaatsing. Het Hof dacht daar anders over. De vraag is: waarom?

Oppervlakte
In de eerste plaats (en dat zal dus wel het belangrijkste argument zijn geweest) verschilde de grootte van de Nederlandse en de Duitse onderneming sterk. In Nederland was ongeveer 45,5 hectare in gebruik, waarvan een klein gedeelte in eigendom en de rest erfpacht/pacht. In Duitsland was ongeveer 66 hectare in gebruik, waarvan 19 hectare in eigendom en 37 hectare in pacht, waar de Nederlandse 10 hectare nog bijkwam. Al met al een vergroting van het areaal met ongeveer 50%.

Quotum en koeien
Ook in de grootte van het melkquotum veranderde veel. In Nederland had de ondernemer een quotum van 431.858 kg, waarvan 75.000 kg op grond van een lease-overeenkomst. In Duitsland beschikte hij over 704.000 kg, waarvan ongeveer 225.000 kg werd geleasd. Een vergroting van zo’n 60%. In vervolg daarop verdubbelde het aantal koeien in de nieuwe onderneming. Al met al was sprake van een stevige uitbreiding van oppervlakte, quotum en vee.

Afstand
Verder was van belang dat de afstand tussen de oude en de nieuwe onderneming een kleine 100 kilometer bedroeg. Wel erg veel om nog van verplaatsing te kunnen spreken. Ook het feit dat de in Duitsland geproduceerde melk aan een nieuwe afnemer werd geleverd, deed de zaak van de emigrant geen goed. Dit alles in aanmerking nemende (‘in onderling verband en samenhang beschouwd’, zoals het arrest zegt) bracht het Hof tot de conclusie dat sprake was van staking van de oude onderneming in de periode 2004-’05. Het feit dat het vee en de machines naar Duitsland waren overgebracht en het feit dat een perceel van 10 hectare in Nederland ook weer bij de nieuwe onderneming in gebruik is, deed in de ogen van het Hof minder ter zake.

Geen HIR bij staking
Omdat een HIR nu eenmaal niet (althans niet in de jaren waarop dit arrest betrekking heeft) over de grenzen van de onderneming meegenomen kan worden, was het gevolg van deze conclusie dat belanghebbende geen HIR kon vormen voor de bij de verkoop van de Nederlandse onderneming behaalde winst.

Wat nu?
De beslissing van het Hof is sneu voor belanghebbende (die de toekomst zonnig zal hebben ingezien nadat de rechtbank hem in het gelijk stelde), maar voor andere emigranten is er desondanks hoop. In de eerste plaats is per 1 januari 2008 de regeling voor het mogen meenemen van een HIR duidelijk verruimd. In de tweede plaats weten we nu nog beter waar we op moeten letten als we een onderneming (meer in het bijzonder een melkveebedrijf) verplaatsen respectievelijk staken. De aloude Gorinchemse normen (waarover een andere keer meer) blijven voor de praktijk toch van groot belang.

mr. S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de GIBO Groep en voorzitter van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs

Lees ook Hoger beroep tegen uitspraak afboeking HIR ‘in’ Duitsland

Meer informatie Uitspraak Hof Leeuwarden, 30 mei 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.