Home

Achtergrond 92 x bekeken

Te kleinschalig voor duurzame energie

Het gebruik van duurzame energie uit zonnecellen en windmolens wordt steeds populairder. Althans in het buitenland. Waar Nederland eens vooraan stond, bestaat nu vooral kleinschaligheid. Dat zegt Kees Hummelen, één van de uitvinders van de plastic zonnecel en hoogleraar chemie aan de RUG.

Duurzame energie in Nederland: dat ging verrassend makkelijk in de jaren 90. Het paarse kabinet keerde subsidies uit voor onderzoek dat goed zou scoren voor de economie, ecologie en technologie, afgekort EET. Aan die Nederlandse voorsprong kwam na 2003 snel een eind. Dat ligt grotendeels aan de overheid, omdat de EET-subsidie werd gestopt. Daarmee was het geld grotendeels weg en tegelijk een groot deel van de landelijke interesse, van zowel overheid als bedrijven.

Met die politieke en commerciële desinteresse gaat een ergerlijke gedachtengang gepaard, want er lopen in Den Haag nog mensen rond met achterhaalde opmerkingen. Zoals 'is er wel genoeg zon in Nederland', of 'het regent hier altijd' en 'die dingen zijn nog te duur'. Die mentaliteit zag je ook bij windmolens. Intussen heeft nota bene Engeland ons met windenergie ingehaald. Engeland! Waar het met al dat kolen stoken altijd zo vies was!

Belangrijker is de inhaalslag van Duitsland. Het Duitse totaal aan zonnevermogen is nu 3,8 Gigawatt; dat is 82 procent van alle Europese zonnecapaciteit. Dat kan omdat zonne-energie daar flink wordt gesubsidieerd. Die voorsprong gaat Duitsland verzilveren. Dat is een onvermijdelijk toekomstscenario. Met een aanhoudende groei van 50 procent per jaar zou deze markt over twintig jaar al gigantisch zijn. Tegen die tijd verdienen de zonnepaneelfabrikanten er goud geld aan. Maar zoals het er nu naar uitziet, zal Nederland niet bij die fabrikanten horen. We zullen dan de panelen van anderen moeten kopen. Gezien de kennis in dit land zou dat jammer zijn. Hopelijk is het nog niet te laat.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.