Home

Achtergrond 275 x bekeken

Rol van VWA-dierenarts is cruciaal

De VWA heeft zich te veel gericht op productie, constateert Frans van Knapen, hoofd divisie Veterinaire Volksgezondheid, IRAS, Universiteit Utrecht. Bijscholing is essentieel. Dat staat echter haaks op de wens van de sector voor kostenbesparing.

De Voedsel en Waren Autoriteit kreeg pas veel kritiek van de Tweede Kamer en in de media. Aanleiding was notabene een kritische zelfreflectie binnen de VWA. De rol van de dierenartsen binnen deze organisatie kwam in de vele discussies niet altijd even fijnzinnig ter sprake wat betreft voedselveiligheid en dierenwelzijn. De overheid is verantwoordelijk voor de kwaliteit en veiligheid van vlees(producten). Dat is op zichzelf al een fascinerende constatering. Geen enkel product dat op de markt komt wordt individueel door de overheid gekeurd, alleen bij slachtvee is dat het geval. Kwaliteit en veiligheid zijn een verantwoordelijkheid van producenten of die nu auto’s maken of spelletjes en dat geldt ook voor biologische producten als melk.

Door nieuwe EU-verordeningen komt deze ongelijkheid voor de vleesindustrie te vervallen en moeten de producenten van vlees en vleesproducten nu zelf de verantwoordelijkheid dragen. Dit betekent een grote verandering van productcontrole door een dierenarts (momentopname) naar procescontrole door producenten zelf, waar de VWA-dierenarts het toezicht over krijgt (toezicht op controle). Dit lukt niet alleen door een knop om te draaien, maar vereist een overgangsperiode van enkele jaren, een ruimte die ook is voorzien in de EU-regels.

Bij de procescontrole zijn verschillende dierenartsen betrokken. Het gaat immers over de hele productiekolom van veilig diervoeder, gezonde dieren naar veilig en gezond voedsel. Er is geen plaats meer voor zieke dieren in dit proces. Al in 1994 werd in de EU het verbod afgekondigd om zieke en wrakke dieren voor de slacht aan te bieden. Dit betekende dat daarvoor andere voorzieningen werden geregeld zoals bijzondere slachtplaatsen en enkele jaren later, in het kader van dierwelzijn, dat zieke en wrakke dieren ter plekke moeten worden gedood en afgevoerd. De samenwerking tussen praktiserende dierenartsen en de ambtelijke VWA-dierenartsen zal nog intensiever worden als informatie over de geschiedenis van de dieren (ziekten, behandelingen, vaccinaties) een rol gaat spelen in de procescontrole. Wat blijft er nu, anno 2008, nog over van de feitelijke vleeskeuring?

Bij aankomst op een slachthuis worden alle dieren beoordeeld door deskundigen onder leiding van een dierenarts of door de dierenarts zelf op gezondheid en geschiktheid voor de slacht. Als dat niet het geval is worden deze dieren apart gehouden voor slachting elders in tijd of plaats. Bij misstanden kunnen de dieren ter plekke worden gedood en gaat de rekening en/of boete naar de afzender. De verplichte individuele keuring van gezonde geslachte dieren heeft weinig meer te maken met het opsporen van ziektes, afwijkingen die leiden tot afkeuring. Die komen vrijwel niet meer voor en de beoordeling over de kwaliteit is naar verhouding belangrijker geworden. Als er afwijkingen worden geconstateerd in dit stadium, wordt daarbij een verantwoordelijke VWA-dierenarts gehaald voor het nemen van de keuringsbeslissing.

Hetzelfde gebeurt bij kleinere slachterijen. Daar is de taak van de dierenarts noodzakelijk en ingewikkelder omdat niet zelden afwijkende dieren worden aangevoerd, soms ook voor noodslachting. De dierenarts beslist over slachten of dood afvoeren. Een koe met een gebroken poot is wat anders dan een zieke koe. Een magere koe is niet hetzelfde als een zieke koe. Dieren met koorts of abcessen zijn lastiger te beoordelen. Daar is een dierenarts voor nodig, zowel vóór het slachten als bij de keuring na het slachten. Het klinkt logisch dat de producent voor de kosten opdraait, maar die discussie wil ik hier vermijden.

De dierenarts ziet toe op hygiëne, reiniging/desinfectie, goede procesvoering, hygiëne en welzijn. Als verbeteringen nodig zijn begint dat met overleg, indien nodig wordt de AID ingeschakeld. In het ergste geval kan de productie stilgelegd worden of vergunning worden ingetrokken. Dat heeft uiteraard enorme economische consequenties en kan een bron zijn voor verstoorde werkverhoudingen. De rol van de verantwoordelijke VWA-dierenarts is ook belangrijk in verband met slachtdieren die worden aangevoerd uit andere EU-landen waar infecties voorkomen die in Nederland lang niet meer voorkomen en waar slachtbevindingen de eerste aanwijzing kunnen zijn dat het om ernstige volksgezondheidsbedreiging kan gaan.

De VWA-dierenarts speelt een cruciale rol bij bewaking van de volksgezondheid, diergezondheid en welzijn. De dierenarts wordt goed opgeleid, maar is niet zondermeer geschikt om het brede scala aan taken uit te voeren. Bijscholing en nascholing zijn van eminent belang. Binnen de VWA heeft het vooral hieraan geschort. De aandacht was vooral gericht op productie. Het betekent meer scholing en meer dierenartsen. Dat staat haaks op de wens van de sector voor efficiëntie en kostenbesparing. Het blijft een spanningsveld dat kritisch moet worden bewaakt. Belangrijk is nu dat we vanuit een positief perspectief naar oplossingen zoeken.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.