Home

Achtergrond 233 x bekeken

PPO berekent saldi voor energiegewassen

Voor covergisting bieden maïs, voederbieten en soedangras als energiegewas het meeste perspectief.

Bij de oliehoudende gewassen zijn koolzaad en olievlas financieel het aantrekkelijkst. Voor de productie van bioethanol kan een akkerbouwer het beste tarwe of suikerbieten telen.

Dat stelt het onderzoeksinstituut PPO in het rapport Economie van energiegewassen, dat is gemaakt in opdracht van het Productschap Akkerbouw (PA). Het PA wil weten welke saldi met energiegewassen zijn te halen.

De overheid hanteert als norm dat een gewas alleen als biomassa wordt aangemerkt als het de uitstoot van broeikasgassen met minimaal 30 procent vermindert. Het PPO concludeert dat alle gewassen aan deze norm voldoen als de reststromen van de gewassen ook worden gebruikt voor de energieproductie.

Onderzoeker Marcel van der Voort plaatst wel een aantal kanttekeningen bij de resultaten. "Het saldo van een gewas voor covergisting kan sterk afhangen van de afvoerkosten van het digestaat."

Bovendien heeft het PPO geen praktijkvoorbeelden, zegt Van der Voort. "In Nederland wordt geen bioethanol geproduceerd. In andere landen blijkt dat als graan te duur wordt voor bioenergie dat de producenten dan overstappen op andere grondstoffen."

Het saldo dat het PPO berekent voor een gewas kan sterk variëren. Van der Voort schrijft dat toe aan regionale verschillen in opbrengst. "Bij voederbieten zijn er geen rhizomanieresistente rassen. Dat bemoeilijkt de teelt gebieden waar de ziekte voorkomt."

Bij de olieproductie levert koolzaad het beste saldo. Toch is koolzaadteelt voor de eigen brandstofproductie moeilijk rendabel te krijgen. Van der Voort: "De accijns belemmert het gebruik van zelf geteelde brandstof. Als de fabrikanten hun trekkers direct geschikt maken voor het gebruiken van puur plantaardige olie als brandstof, is het eerder rendabel. Nu zijn de kosten voor het ombouwen van de trekkers te hoog."

Of registreer je om te kunnen reageren.