Home

Achtergrond 89 x bekeken

Mooi platteland maakt stad leefbaar

Gemeenten moeten worden gefinancierd op basis van de kwaliteit van het landelijk gebied en veel minder op grond van het inwonertal, stelt ruraal socioloog Jan Douwe van der Ploeg in zijn reactie op de oprichting van P10. Het platteland is niet zielig en voor kwaliteitsverbetering van het gebied, zouden gemeenten andere gesprekspartners moeten zoeken dan de sleetse LTO, stelt hij.

Een afkorting als P10 klonk me eerst een beetje vreemd in de oren. Het klinkt als P2. Dat was een beruchte samenzwering in Italië. Maar met de Nederlandse P10 valt het, bij nader inzien, wel mee. Sterker nog, het is een lovenswaardig initiatief van tien grote plattelandsgemeentes. Ze voelen zich achtergesteld bij de grote steden, waar miljarden euro’s extra in worden geïnvesteerd.
Onder meer in de roemruchte achterstandswijken van mevrouw Vogelaar. Het klopt: Nederland kent een zorgwekkende urban bias; een vertekening in het beleid die sterk in het nadeel van het platteland werkt. Zo’n afwijking slaat vroeg of laat op de steden terug. Die kunnen niet zonder een aantrekkelijk ommeland en een robuuste landbouw. Allerlei internationale ervaringen hebben dat, helaas, maar al te duidelijk gemaakt. Ook het huidige kabinet maakt er, de OECD wees er onlangs nog weer ’es fijntjes op, een beetje een potje van. In dat opzicht is de stellingname van de grote plattelandsgemeentes begrijpelijk. Toch is er ook iets dat wringt.

Ik vind de vergelijking die P10 maakt met de achterstandswijken niet erg gelukkig. Alsof ook het platteland een achterstandsgebied is. Dat is het absoluut niet. Het platteland behoeft geen extra steun omdat het zielig zou zijn. Het platteland verdient ruimte in het beleid juist omdat dat voor de samenleving in het algemeen, en voor de steden in het bijzonder, een groot en noodzakelijk goed is. Met een 'Calimero'-verhaal schieten we niet zoveel op. Het platteland moet vanuit de eigen kracht reageren. Zonder een mooi platteland worden de steden onleefbaar. En wie de steden leefbaarder wil maken die moet daartoe mede het platteland nog aantrekkelijker en toegankelijker maken dan het al is. Zo zit het en niet anders.

Vanuit een dergelijke positie kun je ook scherper vaststellen waar de schoen nu eigenlijk wringt. Ik noem een paar plekken die nu voortdurend blaren veroorzaken. Het financieringsstelsel voor gemeentes deugt niet meer. Het financiert de gemeentes vooral op basis van het aantal inwoners. Dat noopt tot groei en uitbreiding. Daarentegen zou juist de kwaliteit van het landelijke gebied de basis voor financiering moeten worden – om te beginnen in de nieuwe Nationale Landschappen. Dit betekent wel dat de plattelandsgemeentes (de P10 voorop?) kwaliteit centraal moeten stellen in hun bestemmingsplannen.

Daar schort het nog al te vaak aan. Eén van de tegenstrijdige zaken op het platteland van nu is dat tal van beschikbare fondsen voor kwaliteitsverbetering niet kunnen worden weggezet, omdat er geen goede plannen beschikbaar zijn! Het zou al een flink stuk helpen als de gemeentes andere gesprekspartners zoeken dan de sleetse LTO die vrijwel nergens meer tot de verbeelding spreekt. Dat is ook zo’n tegenstrijdigheid: de urban bias zit evenzeer in de LTO als in Den Haag.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.