Home

Achtergrond 269 x bekeken

'Meer knollen nodig per monster voor erwinia toets'

Pootgoedtelers doen er goed aan tweehonderd knollen per monster in te sturen voor de vrijwillige bemonstering van hun pootaardappelen op erwinia-bacterieziekten.

Veel telers sturen nu honderd knollen per monster in om kosten te besparen. Maar door het lagere aantal knollen wordt de uitslag van de laboratoriumtoets minder betrouwbaar.

Die boodschap had Jaap Janse, diagnostisch specialist en bacterioloog van de keuringsdienst NAK, voor de pootgoedtelers op de erwiniadag in Tollebeek. De lab-toetsen die de NAK uitvoert met de knollen leveren betrouwbare resultaten op, zegt Janse. "Maar met weinig knollen in een monster kan de uitslag toch een verkeerd beeld geven van de besmettingsgraad van het pootgoed."

Deze onnauwkeurigheid is groter naar mate de partij minder besmet is, stelt Janse. "Lage besmettingsgraden zijn moeilijker aan te tonen. Daarom adviseren wij telers om tweehonderd knollen per monster in te sturen."

De laboratoriumtoets is de enige manier om een latente erwinia-besmetting (wel besmet maar geen ziekteverschijnselen) op te sporen en steunt de teler bij de risico-inschatting. De huidige Elisa-toets toont twee van de drie erwinia-varianten aan (E.carotovora subsp. atroseptica en E.chrysanthemi). Een nieuwe variant van de gewone natrotbacterie (E. carotovora subsp. carotovora), die ook zwartbeen/stengelnatrotsymptomen kan veroorzaken en een paar jaar geleden in Nederland is gevonden, wordt met de bestaande toets niet aangetoond.

Daarom ontwikkelt de NAK een nieuwe laboratoriumtoets. Janse verwacht dat de NAK deze zogenoemde real-time Taqman PCR-toets volgend jaar routinematige kan inzetten. De toets toont niet alleen alle drie erwinia-varianten aan. Janse: "Het geeft ook aan om welke variant het gaat."

Of registreer je om te kunnen reageren.