Home

Achtergrond 561 x bekeken

LTO ziet wirwar aan regels voor nevenactiviteiten op de boerderij

Een drankje aanbieden aan boerderijbezoekers is simpel, maar om dat te doen volgens de regels is veel moeilijker. De gemeentelijke voorschriften zijn vaak onduidelijk en verschillend per gemeente. Hetzelfde geldt voor andere nevenactiviteiten op het boerenbedrijf. Verder zijn de toegestane activiteiten in elk bestemmingsplan weer anders omschreven. Deze bevindingen brengt LTO naar buiten naar aanleiding van een analyse van het LEI.

Het Landbouw-Economisch Instituut (onderdeel van Wageningen UR) voerde het onderzoek (een quickscan) uit naar de regelgeving rondom nevenactiviteiten in acht gemeenten in opdracht van LTO. Het project is gefinancierd door LNV via de Helpdesk Vitaal Landelijk Gebied.

De acht betrokken gemeenten (in vier provincies) kennen meerdere verbredingactiviteiten op hun grondgebied. Steeds meer agrariërs ondernemen nieuwe activiteiten om hun vaak kleinschalige bedrijven in stand te houden en toekomstkansen te geven. Bij verbreding kan men denken aan verkoop aan huis (boerderijwinkel), zorg, recreatie, dienstverlening, camping, een verblijfsaccommodatie, rondleidingen, enzovoorts. Hierbij komt meer en meer horeca (verstrekking van consumpties of logies) aan te pas.

Nu eisen sommige gemeenten een exploitatievergunning, terwijl andere met vrijstellingen werken. Met steeds meer horeca-activiteiten neemt de behoefte aan duidelijkheid toe; ondernemers willen weten waar ze aan toe zijn. Het bestemmingsplan biedt hiertoe volgens het LEI mogelijkheden. Een provinciale handleiding kan ook aan de gewenste duidelijkheid bijdragen.

Zo zouden ondersteunende en kleinschalige horeca-activiteiten als een standaardonderdeel van agrarische verbreding beschouwd kunnen worden. Hierdoor zouden deze probleemloos binnen de agrarische bestemming kunnen vallen. LTO spreekt hier over een mits: ‘mits verbonden aan een functionerend agrarisch bedrijf’, alsof over dat laatste niet getwist kan worden. Gemeenten kunnen volgens het onderzoek altijd nog nadere voorwaarden stellen, bijvoorbeeld op het gebied van reclame-uitingen, oppervlakten, sluitingstijden of de aanleg van een terras. Ook deze voorwaarden lopen nu in de praktijk uiteen. De samenvatting van het rapport noemt niet de provincies als mogelijke oorzaak van de uiteenlopende regelgeving.

De regionale LTO-organisaties hebben al diverse activiteiten op het gebied van regelgeving rond kleine horeca uitgevoerd. Zo is een serie informatiebijeenkomsten gehouden en is het begrip ‘ondersteunende horeca’ in de LTO-handleiding ‘Inpassing plattelandstoeristische activiteiten in bestemmingsplannen buitengebied’ opgenomen. Het volledige rapport is op de site van het LEI te vinden.

Lees ook Maisdoolhof en belastinghindernisbaan
Lees ook Onderzoek LEI naar verbreding door ontwikkeling zorg of recreatietak
Lees ook Agrocount studiebijeenkomst: Nevenactiviteiten in de agrarische sector

Meer informatie LTO: Wirwar aan regels voor terrasje op de boerderij
Meer informatie LEI: Horeca bij de boer is een grijs gebied

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.