Home

Achtergrond 557 x bekeken

Hoog of laag tarief btw voor pensionklanten manege

Op dit moment vinden er besprekingen plaats tussen de staatssecretaris van Financiën en de ‘paardenbranche’ over welk tarief voor de omzetbelasting van toepassing is voor pensionklanten van maneges. Deze besprekingen zijn voor de sector van groot belang. Het maakt immers nogal wat uit of het btw-tarief gesplitst moet worden in 0%, 6% en/of 19% of dat er sprake is van een vast percentage.

De vraag welk tarief van toepassing is heeft al veel voer voor discussie gegeven tussen manegehouders en de fiscus. Een mooi beeld van de problematiek geeft een recente uitspraak van het Hof in Den Bosch. Naar aanleiding daarvan geeft de staatssecretaris aan dat hij geen cassatie instelt bij de Hoge Raad, omdat hij de uitspraak juist vindt. Tevens geeft hij aan dat er overleg plaatsvindt met de branche over deze problematiek.

De aan het hof voorgelegde zaak is de volgende:

Firma X (belanghebbende) exploiteert een ruitersportcentrum. Bij de manege behoort een rijhal en een buitenbak. In beide accommodaties wordt les gegeven,maar ook wordt er gebruik van gemaakt zonder instructie. Niet-pensionklantenkunnen tegen betaling ook gebruik maken van de accommodaties. Het merendeelvan de pensionklanten houdt zich bezig met de beoefening van de recreatieveruitersport.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of en zo ja, op welke wijze de door Xaan haar pensionklanten verrichte prestaties voor de bepalingen en hettoepasselijk tarief van de Wet OB gesplitst moeten worden.

Volgens de Rechtbank moeten de prestaties worden onderscheiden in:-sportbeoefening, onderworpen aan het verlaagde tarief;-voeren en verzorgen, algemene tarief;-verhuur van boxen, vrijgesteld.X bepleit toepassing van het verlaagde tarief omdat alles zou opgaan in hetgelegenheid geven tot sportbeoefening.

Het Hof sluit zich aan bij de uitspraak van de rechtbank. Allereerst wordt de vraag beantwoord of de prestatie van X gesplitst kan worden zonder dat er sprake is van kunstmatigheid als bedoeld in het arrest Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 25 februari 1999, nr C-349/1996. Nadat het hof deze vraag bevestigend heeft beantwoord, wordt geoordeeld dat de gelegenheid tot sportbeoefening niet zodanig overheerst dat de overige diensten als bijkomend moeten worden gezien. Het hof sluit zich wat de verdeling tussen de verschillende prestaties betreft, vervolgens aan bij de rechtbank. Het hoger beroep alsmede het incidentele hoger beroep worden verworpen.

De staatssecretaris ziet vervolgens af van het instellen van cassatieberoep, omdat hij het immers eens is met de uitspraken. Ter toelichting merkt hij het volgende op:

“Het hof Den Bosch komt – evenals de rechtbank Breda op 17 augustus 2006,nr. AWB 2005/03413 - in de onderhavige uitspraak van 20 maart 2008,nr. 2006/00369, tot een driedeling in die zin dat te onderscheiden zijn: verhuur vande paardenbox (vrijgesteld), verzorging en voeding van de paarden (algemeentarief) en instructie en training bij het gebruik maken van de rijaccommodatie alsgelegenheid geven tot sportbeoefening (verlaagd tarief).Die uitspraak geeft naar mijn mening geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting enis voor het overige nauw verweven met waarderingen van feitelijke aard.In laatstgemeld verband kan met name ook verwezen worden naar het in casuonder 2.3 vastgestelde feit. Mitsdien valt van het instellen van beroep in cassatiedan ook geen succes te verwachten.

Nb: Met de sector wordt overleg gevoerd om te bezien of het mogelijk is afspraken temaken over de berekening van het deel van de vergoeding dat toe te rekenen isaan het gelegenheid geven tot sportbeoefening.”

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘paarden’
Lees ook Agrocount studiebijeenkomst ‘Paardenhouderij en fiscus’ op 27 oktober 2008

Meer informatie Uitspraak Hof Den Bos, 20 maart 2008
Meer informatie Ministerie van Financiën, 13 juni 2008: OB, Prestaties manege niet uitsluitend gelegenheid geven tot sportbeoefening
Meer informatie Uitspraak Rechtbank Breda, 17 augustus 2006

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.