Home

Achtergrond 84 x bekeken

Groene revolutie bestrijdt armoede

Als we de voedselcrisis te lijf willen gaan, moeten we alles op alles zetten. Dat betogen de ministers Bert Koenders ( Ontwikkelingssamenwerking) en Gerda Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

Landbouw is de sleutel van de oplossing van de armoede. Daarom moet er wereldwijd flink in worden geïnvesteerd.

Op dit moment beschikt 15 procent van de wereldbevolking over 85 procent van de grondstoffen. 150 miljoen kinderen zijn ondervoed. Elke dag sterven er 26.000 van de honger. Dat is een voetbalstadion vol, elke dag. Maar er is niet alleen slecht nieuws. De wereldeconomie groeide de afgelopen jaren fors.

In 2007 in ontwikkelingslanden gemiddeld zelf met bijna 7 procent. De oorzaak: een mix van groeiende vraag naar grondstoffen, ontwikkelingshulp, buitenlandse investeringen en overmakingen naar huis van migranten.

Een grote bedreiging voor de oplevende productiviteit in Afrika wordt gevormd door voedseltekorten. Veel steden zijn nu onrustig. Het radicale koopkrachtverlies door voedsel- en transportprijzen raakt vooral de arme stadsbewoners.

Afgelopen week werd onder andere hierover gesproken door de FAO, de VN-organisatie voor landbouw en voedsel. Onder leiding van Ban Ki-moon speelde de Verenigde Naties opmerkelijk vlot in op de 'commodity price shocks'. Nederland is hierbij nauw betrokken.

Nu is het zaak om naar de lange termijn te kijken. Een nieuwe generatie biobrandstoffen, die minder sterk concurreert met voedsel, is niet de enige oplossing. Landbouw is en blijft een fundamenteel instrument voor economische groei en armoedebestrijding, vooral in Afrika.

In de eerste plaats zijn diepte-investeringen daarin nodig. In Azië kwam eerder een groene revolutie tot stand: een productiever en duurzamer landbouw, ook door en voor kleine boeren. Innovatie, kennis en onderzoek zijn cruciaal om een soortgelijke groene revolutie in Afrika te bewerkstelligen. Hiervoor moeten we private investeringen inzetten, maar ook een groter deel van de hulp.

Het percentage van de totale ontwikkelingshulp dat wereldwijd aan landbouwontwikkeling wordt besteed is over een periode van 15 jaar afgenomen tot slechts 4 procent in 2004. Terwijl het overgrote deel van de arme bevolking in ontwikkelingslanden op het platteland woont en het sterk kan bijdragen aan de verbetering van de positie van bijvoorbeeld vrouwen en kleine boeren.

Wij zullen de komende jaren 50 miljoen euro per jaar extra uittrekken voor landbouwinvesteringen. Dat is bedoeld voor onder meer ondersteuning van de financiële sector die bedrijvigheid op het platteland kan bevorderen, voor opzet en verduurzaming van handelsketens en voor ondersteuning van directe voedselvoorziening en werkgelegenheid.

Meer productie dus. En wat we produceren moet ook veel duurzamer. En last but not least moeten producten uit ontwikkelingslanden eerlijke toegang hebben tot onze markten. Een geslaagde WTO-Doha-ronde zal positieve welvaartseffecten met zich mee brengen, vooral voor landen als Brazilië en Argentinië. Arme ontwikkelingslanden zullen niet automatisch profiteren.

Het is belangrijk dat zij tot op zekere hoogte landbouwproducten die van belang zijn voor plattelandsontwikkeling en voedselzekerheid kunnen uitsluiten van liberalisatie. Het asymmetrische karakter is daarbij essentieel. Dit geeft ontwikkelingslanden immers ruimte om zelf een eigen beleid voor voedselzekerheid en plattelandsontwikkeling te maken.

Alleen als we al deze sporen tegelijk inzetten, en zowel westerse als oosterse en zuidelijke partners hiervan overtuigen, kunnen we de voedselcrisis duurzaam bezweren.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.